Naar hoofdinhoud
1.. Zijn de financiële middelen van de inwoner voldoende om de vordering in één keer te betalen, dan verrekent de gemeente de vordering niet met de uitkering. 2.. Heeft de gemeente uitstel van betaling verleend, dan staat dit verrekening niet in de weg. Toelichting artikel 16 De gemeente verrekent een vordering die de inwoner niet in één keer kan betalen met de uitkering en houdt daarbij rekening met de wettelijke beslagvrije voet. Iedereen heeft recht op de beslagvrije voet. De beslagvrije voet is 95% van de bijstandsnorm en moet ervoor zorgen dat iemand voldoende geld overhoudt om de basiskosten van levensonderhoud te kunnen betalen. Daarom is de maandelijkse betalingsverplichting maximaal 5% van de bijstandsnorm. Is de maandelijkse betalingsverplichting lager dan 5% en legt een andere schuldeiser beslag op de uitkering? Dan verhoogt de gemeente de maandelijkse betalingsverplichting tot 5% van de toepasselijke bijstandsnorm. De vordering van die andere schuldeiser kan dan niet worden afgelost uit de uitkering en moet wachten totdat de vordering van de gemeente is afgelost. Gaat de inwoner aan het werk en uit de uitkering? Dan blijft de hoogte van de betalingsverplichting 6 maanden hetzelfde. Dat stimuleert de inwoner om met de aflossing verder te gaan en helpt om de financiële huishouding op orde te houden. Na afloop van die periode stelt de gemeente de maandelijkse betalingsverplichting vast op het bedrag dat voor het nieuwe inkomen geldt.

Rechtspraak bij dit artikel