Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Onderdeel C.

Artikel 16.

De betalingsverplichting van inwoners met een uitkering

Onderdeel van Besluit terugvordering, boete en verhaal Participatiewet, Bbz, IOAW en IOAZ gemeente Smallingerland 2025

1.. De gemeente stelt de maandelijkse betalingsverplichting van de inwoner vast op 5% van de toepasselijke bijstandsnorm, als de inwoner een uitkering van de gemeente heeft. 2.. Als een andere schuldeiser beslag legt op de uitkering, verhoogt de gemeente de maandelijkse betalingsverplichting tot 5% van de toepasselijke bijstandsnorm. 3.. De hoogte van de betalingsverplichting blijft bij beëindiging van de uitkering vanwege werkaanvaarding gedurende 3 maanden na de einddatum ongewijzigd. Na afloop van die periode wordt de maandelijkse betalingsverplichting vastgesteld op het bedrag dat voor inwoners met een ander inkomen geldt. Toelichting artikel 17 Voor inwoners met een ander inkomen dan een uitkering is de maandelijkse betalingsverplichting 5% van de bijstandsnorm, plus 50% van het inkomen boven die bijstandsnorm. Bij het vaststellen van de betalingsverplichting houdt de gemeente rekening met de wettelijke beslagvrije voet. De beslagvrije voet is 95% van de bijstandsnorm en moet ervoor zorgen dat iemand voldoende geld overhoudt om de basiskosten van levensonderhoud te kunnen betalen. De betalingsverplichting van de inwoner is nooit hoger dan het bedrag waarop volgens de bepalingen uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering beslag gelegd kan worden, tenzij de inwoner daarmee instemt. Is de vordering ontstaan is door onjuiste, onvolledige of geen informatie van de inwoner, dan stellen wij de maandelijkse betalingsverplichting vastgesteld op 10% van de toepasselijke bijstandsnorm plus 60% van het inkomen boven de bijstandsnorm.

Rechtspraak bij dit artikel