**1..** Het college kan op aanvraag van één of twee uitkeringsgerechtigde(n) eens in de vijf jaar een kennismakingsperiode toestaan.
**2..** Wanneer sprake is van twee uitkeringsgerechtigden, dient iedere uitkeringsgerechtigde een aanvraag in bij het college waar de uitkering wordt ontvangen.
**3..** De aanvraag geschiedt op een door het college vastgesteld formulier.
**4..** Een kennismakingsperiode moet vóór aanvang van het op proef samenwonen worden aangevraagd. De uitkeringsgerechtigde kan niet met terugwerkende kracht een beroep doen op de kennismakingsperiode.
**5..** De kennismakingsperiode vangt niet eerder aan dan nadat het college schriftelijk toestemming heeft verleend.
**6..** De duur van de kennismakingsperiode bedraagt drie maanden.
**7..** De periode van drie maanden genoemd in lid 6 kan, op verzoek van de uitkeringsgerechtigde, verlengd worden met nog eens maximaal drie maanden. De uitkeringsgerechtigde dient vóór het aflopen van de toegestane periode het - met redenen omklede - verlengingsverzoek in te dienen.
**8..** Gedurende de kennismakingsperiode behoudt de uitkeringsgerechtigde de uitkering naar de norm (Participatiewet) dan wel grondslag (Ioaw/z) die de uitkeringsgerechtigde ontving vóór de datum van toekenning van de kennismakingsperiode, tenzij deze norm/grondslag wijzigt wegens andere omstandigheden dan het samenwonen op proef.