Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden

Onderdeel van Beleidsregels kennismakingsperiode 2024

1.. Wanneer sprake is van twee uitkeringsgerechtigden, bestaat alleen recht op een kennismakingsperiode wanneer beide colleges een kennismakingsperiode toestaan. 2.. Als er sprake is van twee uitkeringsgerechtigden waarbij er twee colleges betrokken zijn die toestemming hebben gegeven voor een kennismakingsperiode en de duur van de kennismakingsperiode verschilt, dan hanteert het college de kortste periode. 3.. Beide belanghebbenden houden tijdens de kennismakingsperiode hun eigen woonadres aan, blijven op dat woonadres ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP) en houden, indien van toepassing, hun woning beschikbaar voor eigen gebruik. 4.. De belanghebbenden zijn zelf verantwoordelijk voor toestemming van andere betrokken instanties voor zover van toepassing, zoals de woningcorporatie. 5.. Indien één van de belanghebbenden tijdens de kennismakingsperiode langer dan 28 dagen aaneengesloten niet zijn hoofdverblijf heeft op het adres van de kennismakingsperiode, eindigt het recht op de kennismakingsperiode na de genoemde 28 dagen. 6.. Indien lid 5 van toepassing is geweest en de beide belanghebbenden hebben weer hun hoofdverblijf op het adres van de kennismakingsperiode, dan kan het recht op de kennismakingsperiode voor de resterende periode herleven, waarbij de periode van afwezigheid van één van de belanghebbenden meetelt voor de resterende periode.

Rechtspraak bij dit artikel