Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Terugblik op groenvisie 2009-2019

Onderdeel van Beleidsplan groenbeheer

In het Groenbeleidsplan uit 2009-2019 luidde de groenvisie: “Het openbaar groen moet een bijdrage leveren aan een schone, veilige en aangename woonomgeving”. Een schone en aangename woonomgeving biedt het groen nog steeds. Door diverse bezuinigingsronden in de afgelopen jaren is er echter al veel aan kwaliteit ingeleverd en is het voor de buitendienst inmiddels een flinke uitdaging geworden om het groen ook (op termijn) veilig te houden. In het vorige plan waren een zestal beleidsdoelen genoemd. Onderstaand staan deze opgesomd waarbij onder ‘realiteit 2021’ is aangegeven in hoeverre deze zijn behaald en wat nog aandachtspunten zijn. Nr. Beleidsdoel 2009 Realiteit anno 2021 1. Behoud en ontwikkeling van aantrekkelijk openbaar groen en openbare ruimte dat duurzaam bijdraagt aan een prettige woon- en werkomgeving. Aan dit doel kan de laatste jaren steeds minder worden voldaan omdat veel beplantingen op leeftijd zijn en in de ‘aftakelingsfase’ raken. 2. Het duurzaam in stand houden van openbaar groen om de ruimtelijke, esthetische, educatieve, recreatieve, ecologische en milieu-regulerende functies te waarborgen. Dit betreft het in stand houden van vooral de groenstructuren van de groenkaart. Op de oude kaart waren hier onvoldoende structuren voor aangewezen. 3. Naast het leveren van een bijdrage aan de structurerende, esthetische, recreatieve en ecologische waarden in de wijk is de inrichting van het nieuwe groen gericht op efficiënt en duurzaam onderhoud. De afgelopen beheerperiode lag de focus op het efficiënt beheren van het groen en met name beplantingen; dit was ook een landelijke trend. Dit gaat vaak om een beperkt aantal soorten met veel groenblijvende lagere heesters. Sinds enkele jaren is er meer keuze voor nieuwe soorten bloeiende heesters en vaste planten die wel onderhoudsarm zijn. 4. Het onderhoudsniveau van het groen is gekoppeld aan de functie, ligging en de gewenste kwaliteit van het groen. De zonering in twee onderhoudsniveaus (A en B) is in de afgelopen beheerperiode redelijk goed toegepast. Door diverse bezuinigingen worden de verschillen wel steeds minder zichtbaar. Hoewel er niet is gemeten wordt het huidige onderhoudskwaliteitsniveau op gemiddeld B geschat9Op basis van het terreinbezoek voor dit plan waardeert Eco Consult (dat landelijk in veel gemeenten de onderhoudskwaliteit meet) de onderhoudskwaliteit van groen in Landsmeer met gemiddeld een B. Een nulmeting is nodig om dit te kunnen onderbouwen. Met het uitvoeren van metingen zijn tijd of kosten gemoeid.). 5. Het beheer en de inrichting van openbaar groen ondersteunt de sociale- en verkeersveiligheid. Dit doel wordt continu bewaakt door zichthoeken extra te maaien of snoeien en onveilige plekken aan te passen. 6. Bij het bestrijden van onkruid in plantvakken en op verhardingen is het streven gericht op het minimaliseren van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Er geldt sinds 2016 een landelijk verbod op het toepassen van chemische bestrijdingsmiddelen in de openbare ruimte en dit wordt nageleefd. Hoewel er geen metingen van de technische staat of de onderhoudskwaliteit plaatsvinden, wordt achteruitgang van het groen door de buitendienst en inwoners waargenomen. Inwoners ervaren vooral dat er veel zwerfafval in het groen ligt. Wat vinden onze inwoners, belangenorganisaties en raadsleden? Streef naar doorgaande groene linten door de woonkernen heen in aansluiting op het landschappelijke groen. Benut kansen voor groene verbindingen tussen dorp en buitengebied; let op ecologische verbindingen tussen gebieden. Behoud/accentueer landschappelijk waardevolle doorkijkjes vanuit de kom naar het buitengebied. Dr. M.L. Kingstraat

Rechtspraak bij dit artikel