Gebruiker (art. 2:79 lid 1 APV): degene die de woning gebruikt. De gebruiker hoeft niet een huurrechtelijke of eigendomsrechtelijke relatie tot de woning te hebben. Ook een (regelmatige) gast of een kraker van de woning valt onder het bestanddeel ‘gebruiken’.
Gedragingen (art. 2:79 lid 1 APV): Overlastgevende gedragingen die ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden veroorzaken.
Onmiddellijke nabijheid (art 2:79 lid 1 APV): De overlastgevende gedragingen moeten plaatsvinden in de nabije omgeving van de woning. Gedragingen in de aanpalende tuin of op de stoep voor de woning van de buren, vallen onder de bepaling voor zover een duidelijke connectie is tussen de gedraging en de woning en het erf.
Ernstige en herhaaldelijke hinder (art. 2:79 lid 1 APV): hinder als bedoeld in art. 5:37 van het Burgerlijk Wetboek. Onder hinder vallen niet alleen gedragingen die de openbare orde verstoren, maar ook relatief kleine vergrijpen, zoals een hond die continue blaft, omwonenden die hun portiek niet schoonhouden en buren die laat in de nacht luidruchtige gasten over de vloer hebben.
Overlast en hinder is onrechtmatig als iemand:
Inbreuk maakt op een recht.
Iets doet of nalaat dat in strijd is met een wettelijke plicht.
Iets doet of nalaat dat in strijd is met het ongeschreven recht (de maatschappelijke zorgvuldigheid).
Dit gedrag is niet precies bij wet verboden, maar wordt over het algemeen wel gezien als maatschappelijk ongewenst.
Omwonenden (art. 2:79 lid 1 APV): mensen die in de directe nabijheid wonen van de woning waarvandaan de overlast plaatsvindt.
Gedragsaanwijzing: de ordemaatregel, inhoudende een gebod of verbod om bepaalde handelingen te verrichten of juist na te laten, zulks op straffe van een dwangsom of bestuursdwang.
Woonoverlast: Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid hanteert de volgende definitie van woonoverlast: ‘’Woonoverlast is hinder die in vanuit en rondom een woning kan worden veroorzaakt. De overlastgever en of degenen voor wie hij verantwoordelijk is, vertonen overlastgevend gedrag en of laten juist na bepaald gedrag te vertonen waardoor een onplezierige ervaring bij omwonenden wordt veroorzaakt. Denk daarbij aan geluidsoverlast, hinder van dieren, fysieke verloedering, vervuiling, intimiderend gedrag, brandgevaar en drugsoverlast.