Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Toepassing van art.151d Gemeentewet

Onderdeel van Beleidsregels Wet aanpak woonoverlast gemeente Neder-Betuwe

Woonoverlast doet zich voor in allerlei vormen en intensiteiten. De melders c.q. de overlastbelevers moeten duidelijk aangeven wat zij aan overlast ervaren en hoe ernstig dit is voor hen. Of er sprake is van overlastgevend gedrag beoordeelt de gemeente aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval en de intensiteit van de gedragingen. Overlastbeleving is subjectief, maar bij de beoordeling van een casus wordt getoetst of en in hoeverre er sprake is van een belangrijke afwijking van wat in het normale dagelijkse verkeer tussen bewoners en omwonenden gebruikelijk en aanvaardbaar is. Uitgangspunt Er zijn een aantal typen woonoverlast: Gewone burenoverlast: ergernis op woon- en leefgebieden. Tikkende hakken op de parketvloer, harde muziek, kookgeuren, foutparkeren, barbecue, overhangende takken, stank door vuilnis, etc. Ernstige overlast: overschrijding van de normen. Aanhoudende geluidsoverlast, agressief gedrag, bedreigingen, ernstige stankoverlast, drugsgebruik, hinderlijke aanloop, verstoren nachtrust, etc. Woonfraude: overlast door strafbare of niet vergunde activiteiten. Hennepteelt, incl. brandgevaar en stankoverlast, dealen, autoreparaties, prostitutie, overbewoning, etc. De Wet aanpak woonoverlast heeft voornamelijk betrekking op categorie 2, de ernstige (sociale) overlast. Bij categorie 1 gaat het specifiek om niet ernstige overlast, waar meestal een eenvoudige oplossing voor is (zoals buurtbemiddeling). Het is echter mogelijk dat ergernissen over woon- en leefgeluiden in de eerste categorie uitmonden in ernstigere vormen van overlast en langdurig conflict. Tevens is het ook mogelijk dat de tweede en derde categorie met elkaar overlappen. Hiervoor zijn ook diverse handhavingsmogelijkheden binnen het civiele recht, bestuursrecht en het strafrecht. De lijst met vormen van overlast is indicatief, niet limitatief. De burgemeester weegt per casus af of de hinder ernstig genoeg wordt geacht om bestuursrechtelijk optreden te rechtvaardigen.

Rechtspraak bij dit artikel