Dierenwelzijn begint bij de verantwoordelijkheid van de burger zelf. Primair zijn houders van dieren verantwoordelijk voor het fysieke en geestelijke welzijn van hun dier. Naast de gehouden dieren, zijn er ook de in het wild levende dieren waarvoor een zorgplicht geldt. Op grond van verschillende wetten heeft de gemeente ook taken die van invloed kunnen zijn op dierenwelzijn:
- - Wet dieren: de Wet dieren bepaalt welke dieren gehouden mogen worden en onder welke omstandigheden. Dierenmishandeling en dierverwaarlozing zijn in de Wet dieren centrale bepalingen. Handhaving van deze wet is een taak van de politie, de Landelijke Inspectie Dienst Dierenwelzijn (LID) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De gemeente geeft op de website aan wat inwoners kunnen doen wanneer zij een vermoeden hebben van verwaarlozing en mishandeling.
- - Burgerlijk Wetboek: het Burgerlijk Wetboek (artikel 5:8 lid 3) bepaalt wat de taak van de gemeente is met betrekking tot gevonden dieren met een vermoedelijk eigenaar. Hier is vastgelegd dat een gemeente verplicht is om gevonden dieren (dieren met een vermoedelijke eigenaar), minimaal twee weken te bewaren en te verzorgen. In die twee weken heeft de eigenaar de mogelijkheid om het dier op te halen. Als de eigenaar zich niet binnen die termijn meldt bij de gemeente, dan mag de gemeente het dier verkopen of weggeven. Deze wetgeving verplicht gemeenten alleen tot de opvang en vervoer van gehouden dieren. De opvang van in het wild levende dieren is juridisch geen taak van de gemeente. De opvang, op grond van de bewaarplicht voor gehouden dieren heeft de gemeente Alkmaar uitbesteed aan het dierenasiel van de Dierenbescherming. Het vervoer van gevonden dieren wordt uitgevoerd door de Dierenambulance Noord-Holland Noord.
- - Algemene wet bestuursrecht (Awb): heeft bepalingen over vervoer en opslaan van zaken, die ook op dieren van toepassing zijn. In het geval van huisontruimingen, arrestaties en gedwongen opname, kan de gemeente bestuursdwang toepassen voor het meevoeren en opslaan van zaken die daarvoor in aanmerking komen. Hieronder valt ook de opvang en het vervoer van dieren en bestaat op grond van de Wet dieren een zorgplicht voor dieren die daarbij betrokken zijn. De gemeente wordt op dat moment immers de houder van het dier en moet op grond daarvan het dier de nodige zorg bieden. De gemeente kan het dier maximaal 13 weken in opslag houden en als het dier dan niet terug kan naar de eigenaar is zij bevoegd het dier te verkopen. De gemeente is verantwoordelijk voor passend vervoer veelal geheime opslaglocatie. De Dierenbescherming draagt in Alkmaar zorg voor de uitvoering van deze wettelijke taken.
- - Wet veiligheidsregio’s: ook op het gebied van veiligheid van dieren heeft de gemeente een taak. Op grond van artikel 2 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) is het college van burgemeester en wethouders belast met het organiseren van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. In artikel 3, lid 1, onderdeel b van de Wet veiligheidsregio’s staat dat de brandweer moet zorgen voor de veiligheid van mens én dier bij ongevallen.
- - Omgevingswet: (deze wet vervangt per 1 januari 2024 o.a. de Wet natuurbescherming) biedt het belangrijkste wettelijke kader voor de bescherming van in het wild levende dieren. Iedereen heeft namelijk een zorgplicht voor de natuur, waaronder ook (expliciet genoemd) de in het wild levende dieren. De bescherming is hoofdzakelijk gericht op de inheemse flora en fauna, op grond van Europese regelgeving. Voor overige soorten geldt een zorgplicht. De provincies hebben de plicht om een eigen natuurbeleid op te stellen en faunabeheerplannen op te stellen in samenwerking met de Faunabeheereenheden.
- - Algemene Plaatselijke Verordening (APV): Een gemeente is niet bevoegd op grond van dierenwelzijn regels te stellen, omdat deze bevoegdheid landelijk is geregeld bij de minister van landbouw. De gemeente kan echter wel regels opstellen die in meer of mindere mate van invloed zijn op dierenwelzijn. Op grond van de Gemeentewet (zie artikelen 172 e.v.) is de burgemeester belast met handhaving van de openbare orde. Dit wordt geregeld in de APV waarin regels staan op het gebied van openbare orde en veiligheid, zoals een muilkorfgebod en losloopgebieden voor honden.
- - De Wet aanpak woonoverlast (Waw): biedt de gemeente mogelijkheden om woonoverlast sneller aan te pakken. In het geval van langdurige overlast kan de burgermeester officiële waarschuwingen geven en gedragsverandering afdwingen door bijvoorbeeld een gedragsmaatregel op te leggen, wanneer buurtbemiddeling niets oplevert. Woonoverlast kan bijvoorbeeld stank- en geluidsoverlast zijn. De gemeente is op grond van de Waw bevoegd gedragsmaatregelen op te leggen. In het geval van bijvoorbeeld geluidsoverlast door een hond kan de maatregel ook zo worden opgelegd dat deze tevens in het belang van het dier is.