Ondergrondse inzamelcontainers moeten voor bewoners goed toegankelijk en bereikbaar zijn. Om dat te organiseren volgen we de volgende richtlijnen:
Voor gebruikers die wonen aan drukke doorgaande wegen wordt een ondergrondse inzamelcontainer zo gesitueerd dat de noodzaak tot oversteken zoveel mogelijk wordt vermeden.
We plaatsen de ondergrondse inzamelcontainer zodanig dat deze toegankelijk is voor mindervaliden. Zonodig plaatsen wij een verlaagde trottoirband. Ook zorgen we ervoor dat het voetpad minimaal 90 centimeter breed is.
Inzamelcontainers worden afhankelijk van de inrichting en opbouw van de wijk verspreid geplaatst om het gebruik zo evenredig mogelijk over de ondergrondse inzamelcontainers te verdelen.
Bij plaatsing van ondergrondse papier- en glascontainers wordt niet de loopafstand, maar het aantal aansluitingen als uitgangspunt genomen. Hierbij wordt uitgegaan van circa 450 huisaansluitingen per papier- of glascontainer. Voor de overige afvalsoorten streven wij, behoudens uitzonderingen, naar een maximale loopafstand van 250 meter naar de ondergrondse container. De loopafstand kan echter verschillen per afvalsoort en gekozen inzamelsysteem. Bij hoogbouw wordt de loopafstand naar de container gemeten vanaf de hoofdingang van het hoogbouwcomplex.
Drempels en straatmeubilair mogen geen belemmering vormen voor het bereiken van de container.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2.3
Toegankelijkheid en loopafstand
Onderdeel van Richtlijnen voor het plaatsen van ondergrondse inzamelcontainers