Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2.4

Ruimtelijke aspecten

Onderdeel van Richtlijnen voor het plaatsen van ondergrondse inzamelcontainers

Het is belangrijk dat de container op een goede manier ingepast wordt in de bestaande of te ontwikkelen openbare ruimte. Daarbij houden we op de volgende manier rekening met zowel bovengrondse als ondergrondse objecten: Bij locatiebepaling van een ondergrondse inzamelcontainer houden wij er rekening mee dat de inzamelvoorziening in het straatbeeld past, bijvoorbeeld door deze in lijn te plaatsen met overig straatmeubilair en auto’s. Ondergrondse inzamelcontainers plaatsen wij zoveel mogelijk buiten eventuele haakse zichtlijnen ten opzichte van de gevel met woningen.1Dit zal niet altijd mogelijk zijn. Daarom zal de afweging tussen het algemeen belang en het individuele belang altijd een rol spelen. Een ondergrondse inzamelcontainer plaatsen wij bij voorkeur niet bij een deur of onder een raam van een woonhuis of bedrijf. We plaatsen een ondergrondse inzamelcontainer op voldoende afstand (indien mogelijk minimaal drie meter) van een gevel van een woonhuis of bedrijf. Locaties voor ondergrondse inzamelcontainers worden zo gekozen dat verplaatsing van kabels en leidingen wordt voorkomen dan wel beperkt. De afstand tot kabels en leidingen moet minimaal 1,5 meter zijn. De afstand tussen de container en lichtmasten of andere objecten in de openbare ruimte bedraagt waar mogelijk 2,5 tot 3 meter. Ondergrondse inzamelcontainers mogen nooit boven een riolering geplaatst worden. Daarnaast moet de afstand tot de riolering minimaal 1,5 meter zijn. Bij de locatiekeuze wordt het openbaar groen zoveel mogelijk ontzien. Om schade aan wortels en boomkronen te voorkomen houden wij bij het plaatsen van een ondergrondse inzamelcontainer rekening met de kroonprojectie en de wortelstructuur van bestaande bomen. De afstand die daarvoor nodig is, verschilt per boom(soort). Ondergrondse inzamelcontainers moeten bij voorkeur twee meter verwijderd blijven van nutsvoorzieningen zoals openbare verlichting. Ondergrondse inzamelcontainers mogen niet op laad- en losplaatsen, bushalten of invalidenparkeerplaats geplaatst worden. Indien een container in de buurt van een parkeerplaats geplaatst wordt, dan houden wij er rekening mee dat een openstaande autodeur en de voorzijde van een auto een halve meter van het platform (traanplaat) afblijven. Wanneer de container is geplaatst mag het niet mogelijk zijn dat een voertuig op de traanplaat kan parkeren. Wanneer die kans aanwezig is, dient de locatie met adequate afschermingsmiddelen (zoals paaltjes) te zijn afgeschermd. We plaatsen de ondergrondse inzamelcontainer, behoudens mogelijke uitzonderingen, op grond die in eigendom is van de gemeente. Wanneer de ondergrondse container op particuliere grond wordt geplaatst, dan sluit de gemeente een opstalovereenkomst met de grondeigenaar.

Rechtspraak bij dit artikel