De volgende uitgangspunten gelden voor het risicobeheer:

  • - het uitzetten van middelen uit hoofde van de financieringsfunctie mag niet gericht zijn op het verkrijgen van inkomen door het lopen van risico. De uitgangspunten van de wet Fido en dit financieringsstatuut waarborgen dit:
  • - er worden geen derivaten gebruikt;
  • - bij het risicobeheer wordt getoetst aan het renterisico (artikel 4), het koersrisico (artikel 5), het kredietrisico (artikel 6), het geldstromenrisicobeheer (artikel 7), het valutarisico (artikel 8) en de richtlijnen voor de interne controle en verantwoordelijkheden (artikel 17 en 18);
  • - de financieringsfunctie is centraal ingericht om geldstromen optimaal op elkaar af te stemmen.
  • - Uitgegaan wordt van totaalfinanciering.