Het college legt een maatregel op in de volgende gevallen:
als belanghebbende verplichtingen uit de wet niet nakomt als bedoeld in artikel 18, lid 2 en lid 4 van de wet artikel 9a lid 12 van de wet, artikel 38 lid 12 van de IOAW, artikel 20 lid 2 van de IOAW, of artikel 20 lid 1 van de IOAZ, artikel 38 lid 12 van de IOAZ dan wel;
als belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond voor de voorziening in de kosten van het bestaan dan wel;
als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de wet.
Het opleggen van de maatregel is gebaseerd op het handelen of nalaten van belanghebbende en wordt ten uitvoer gelegd op de norm zoals die geldt voor de belanghebbende(n) en/of de bijzondere bijstand die wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de wet.
Het college stemt de maatregel af op de ernst van de gedraging en de omstandigheden van de belanghebbende.
Het college legt een bestuurlijke boete op als belanghebbende verplichtingen uit de inburgeringswet niet nakomt als bedoeld in artikel 22 tot en met 25 van de inburgeringswet.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2.
Het verlagen van de uitkering
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW, IOAZ en Wi2021 Son en Breugel 2025