**1..** Het college is op grond van het bepaalde in artikel 5.40, lid 2 onder b Ow bevoegd een verleende omgevingsvergunning in te trekken als gedurende een jaar of een in de vergunning bepaalde langere termijn geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
**2..** Als er sprake is van wijziging in wet- en regelgeving of beleid kan van deze bevoegdheid gebruik worden gemaakt als gedurende een jaar of een in de vergunning bepaalde langere termijn geen bouwactiviteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
**3..** Als er geen sprake is van wijziging in wet- en regelgeving of beleid kan van deze bevoegdheid gebruik worden gemaakt als gedurende 12 maanden (een jaar) of een in de vergunning bepaalde langere termijn geen bouwactiviteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning.
**4..** Als zich urgente en zwaarwegende planologische belangen voordoen wordt van de bevoegdheid tot het intrekken van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen na 12 maanden (een jaar) actief gebruik gemaakt. Doen zich geen urgente en zwaarwegende planologische belangen voor dan wordt na 12 maanden (een jaar) na het onherroepelijk worden van de verleende vergunning gebruik gemaakt van deze bevoegdheid.
**5..** Het gunnen van een ruimere termijn wordt naar redelijkheid en in het licht van het concrete geval bepaald, maar bedraagt nooit meer dan 24 maanden (twee jaar) na het onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.