Toezicht en handhaving heeft tot doel de bescherming van de openbare orde en een veilig woon- en leefklimaat. In deze beleidsregel wordt vastgelegd op welke wijze de burgemeester handelt op overtredingen met betrekking tot horeca.

Proportionaliteit en subsidiariteit

Bestuursrechtelijke handhaving moet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit voldoen. Dit houdt in dat de maatregel niet verder mag strekken dan noodzakelijk en dat bij de keuze uit verschillende bevoegdheden geen zwaardere bevoegdheid wordt gebruikt dan de concrete situatie vereist. De feiten en omstandigheden van de situatie spelen dan ook een rol bij de beoordeling of een maatregel nodig is, en zo ja, welke maatregel.

Meerdere maatregelen

Het kan zijn dat op bepaalde overtredingen meerdere bestuurlijke maatregelen van toepassing zijn.

Meerdere maatregelen kunnen tegelijktijdig getroffen worden. Bijvoorbeeld de sluiting van een openbare inrichting vanwege drugshandel (op basis van de Opiumwet) en eveneens intrekking van de exploitatievergunning.

Bestuursrecht en strafrecht

Zowel het bestuursrecht als strafrecht kunnen gelijktijdig worden toegepast. Een bestuursrechtelijke maatregel heeft als doel om de openbare orde en veiligheid te herstellen. Een strafrechtelijke maatregel heeft als doel straffen bestaande uit het opleggen van een sanctie.

Erfelijke belasting

Het kan zijn dat een exploitant wordt belast met de ‘erfenis’ van zijn voorganger(s). Dit gebeurt bijvoorbeeld bij langdurige en/of terugkerende vormen van overlast of verstoringen van de openbare orde. Een maatregel kan ook gevolgen hebben voor meerdere openbare inrichtingen. Bijvoorbeeld wanneer een exploitant meerdere openbare inrichtingen heeft en hij in een van zijn openbare inrichtingen overlast of anderszins veroorzaakt.

Spoedsluiting

Bij ernstige of acute verstoringen van de openbare orde volgt een spoedsluiting voor de duur van maximaal twee weken. Deze voorlopige sluiting dient om de openbare orde en veiligheid in en rond de openbare inrichting te herstellen. Deze periode is ook bedoeld om meer informatie te verkrijgen over de toedracht van het incident dat de openbare orde heeft verstoord. De burgemeester kan als gevolg daarvan besluiten om de exploitatievergunning in te trekken of treft een aanvullende maatregel indien er nog steeds een gevaar is en/of een kans op herhaling van een incident.

Schorsen en intrekken exploitatievergunning

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen schorsing en intrekking van de exploitatievergunning. De burgemeester schorst de exploitatievergunning, wanneer een maatregel voor bepaalde tijd noodzakelijk is (als bijvoorbeeld voor twee weken niet mag worden geëxploiteerd). De burgemeester trekt de vergunning in als blijkt dat de exploitant strafbaar heeft gehandeld of omdat uit opeenvolgende incidenten blijkt dat de exploitant niet in staat is om zijn bedrijf zonder gevaar voor de openbare orde te exploiteren. Dit geldt dan voor onbepaalde tijd.