Een (plaatsvervangend) lid van de Rekenkamer kan door de raad uit zijn functie ontslagen worden of op non-actief gesteld:

  • - op eigen verzoek;
  • - bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap;
  • - indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
  • - indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
  • - indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.
  • - indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen;
  • - indien hij handelt in strijd met artikel 81h.