Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Kennisgeving

Onderdeel van Verordening opslag gas-, huisbrand- en stookolie

Hij die het voornemen heeft over te gaan tot het oprichten, in werking brengen, uitbreiden of wijzigen van een inrichting tot het bewaren, bezigen of afleveren van vloeibare brandstoffen, waarvan het ontvlam-mingspunt bepaald volgens de methode van Pensky-Martens bij 760 mm kwikdruk 55C of hoger is gelegen, is verplicht van dat voornemen aan burgemeester en wethouders schriftelijke kennisgeving te doen tenminste twee weken, doch niet langer dan zes maanden voor het tijdstip, waarop met het oprichten, in werking brengen, uitbreiden of wijzigen van bedoelde inrichting zal worden aangevangen. Een kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, dient te omvatten: naam en adres van degene die de kennisgeving doet; naam en adres van de installateur die het werk zal uitvoeren; voor welke brandstof de inrichting is bestemd; een opgave van de hoeveelheid brandstof die in de inrichting kan worden geborgen; voor welke doeleinden de inrichting zal dienen; een opgave van de plaats van de inrichting; een plattegrond op een schaal van tenminste 1:100, duidelijk aangevende de plaats van de tank(s) met de daarbij behorende leidingen en de daarop aangesloten toestellen, op welke plattegrond tevens dient voor te komen een kadastrale situatietekening van het terrein van de inrichting.

Rechtspraak bij dit artikel