Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Antwoord op kennisgeving

Onderdeel van Verordening opslag gas-, huisbrand- en stookolie

1. Binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving, als bedoeld in arti-kel 2, delen burgemeester en wethouders aan degene die de kennisgeving deed, schriftelijk mede: a. dat de inrichting mag worden opgericht, uitgebreid of gewijzigd, indien voor het in werking brengen van de inrichting aan hen worden voorgelegd: A. een verklaring van de in artikel 2, lid 2 onder b bedoelde installateur, dat de in artikel 2, lid 2 onder b tot en met g bedoelde gegevens in acht zijn genomen; bij opslag in ondergrondse tanks: B. een verklaring van het KIWA, dat de tank tot bewaring van de brandstof voldoet aan NEN 3353 respectievelijk 3353a; C. -zo in verband met de weerstand van de grond bescherming van de tank en de daarbij behorende leidingen door middel van kathodische bescherming niet vereist is- een verklaring daaromtrent van het KIWA; D. indien de onder C bedoelde verklaring niet wordt overlegd, een verkla-ring van het KIWA omtrent de deugdelijke werking van de kathodische bescherming; E. een door het KIWA gewaarmerkt rapport van een door dit instituut erkende installateur, dat de inrichting wordt opgericht, uitgebreid op gewijzigd in overeenstemming met de daartoe door burgemeester en wethouders bij openbaar bekend te maken besluit te stellen voorschriften; bij opslag in bovengrondse tanks: F. een door het KIWA gewaarmerkte verklaring waaruit blijkt dat de tank tot bewaring van de brandstof is goedgekeurd; G. een verklaring van een naar het oordeel van burgemeester en wethouders deskundige installateur, dat de inrichting wordt opgericht, uitgebreid of gewijzigd in overeenstemming met de daartoe door burgemeester en wethouders bij openbaar bekend te maken besluit te stellen voorschriften; dan wel b. dat uit een oogpunt van bescherming van de bodem tegen van de inrichting te duchten bijzondere gevaren het stellen van nadere voorschriften ten aanzien van het oprichten, uitbreiden of wijzigen van de inrichting wordt overwogen; dan wel c. dat het oprichten, uitbreiden of wijzigen van een dergelijke inrichting ter plaatse niet is toegestaan. 2. Burgemeester en wethouders zullen de nadere voorschriften, bedoeld in lid 1 onder b, aan degene, die de kennisgeving deed, mededelen binnen acht weken na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in artikel 2. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van acht weken, bedoeld in lid 2, met ten hoogste vier weken verlengen. 4. Van de mededeling, bedoeld in lid 1, en de beslissingen, bedoeld in de leden 2 en 3, wordt een afschrift toegezonden aan de beheerder en de installateur, een en ander voorzover zij zelf de kennisgeving, bedoeld in artikel 2, niet hebben gedaan. 5. Van de beslissingen, bedoeld in de leden 2 en 3, wordt -voor zover zij betrekking hebben op ondergrondse opslag- een afschrift gezonden aan het KIWA. 6. Het is verboden een inrichting, als bedoeld in artikel 2, op te richten, uit te breiden of te wijzigen voordat de mededeling, als bedoeld in lid 1 onder a en c, is ontvangen dan wel voordat de nadere voorschriften, als bedoeld in lid 1 onder b, zijn medegedeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel