1.
Binnen twee weken na ontvangst van de kennisgeving, als
bedoeld in arti-kel 2, delen burgemeester en wethouders
aan degene die de kennisgeving deed, schriftelijk
mede:
a.
dat de inrichting mag worden opgericht, uitgebreid of
gewijzigd, indien voor het in werking brengen van de
inrichting aan hen worden voorgelegd:
A.
een verklaring van de in artikel 2, lid 2 onder b
bedoelde installateur, dat de in artikel 2, lid 2 onder
b tot en met g bedoelde gegevens in acht zijn genomen;
bij opslag in ondergrondse tanks:
B.
een verklaring van het KIWA, dat de tank tot bewaring
van de brandstof voldoet aan NEN 3353 respectievelijk
3353a;
C.
-zo in verband met de weerstand van de grond bescherming
van de tank en de daarbij behorende leidingen door
middel van kathodische bescherming niet vereist is- een
verklaring daaromtrent van het KIWA;
D.
indien de onder C bedoelde verklaring niet wordt
overlegd, een verkla-ring van het KIWA omtrent de
deugdelijke werking van de kathodische bescherming;
E.
een door het KIWA gewaarmerkt rapport van een door dit
instituut erkende installateur, dat de inrichting wordt
opgericht, uitgebreid op gewijzigd in overeenstemming
met de daartoe door burgemeester en wethouders bij
openbaar bekend te maken besluit te stellen
voorschriften;
bij opslag in bovengrondse tanks:
F.
een door het KIWA gewaarmerkte verklaring waaruit blijkt
dat de tank tot bewaring van de brandstof is
goedgekeurd;
G.
een verklaring van een naar het oordeel van burgemeester
en wethouders deskundige installateur, dat de inrichting
wordt opgericht, uitgebreid of gewijzigd in
overeenstemming met de daartoe door burgemeester en
wethouders bij openbaar bekend te maken besluit te
stellen voorschriften;
dan wel
b.
dat uit een oogpunt van bescherming van de bodem tegen
van de inrichting te duchten bijzondere gevaren het
stellen van nadere voorschriften ten aanzien van het
oprichten, uitbreiden of wijzigen van de inrichting
wordt overwogen;
dan wel
c.
dat het oprichten, uitbreiden of wijzigen van een
dergelijke inrichting ter plaatse niet is
toegestaan.
2.
Burgemeester en wethouders zullen de nadere
voorschriften, bedoeld in lid 1 onder b, aan degene, die
de kennisgeving deed, mededelen binnen acht weken na
ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in artikel
2.
3.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van acht
weken, bedoeld in lid 2, met ten hoogste vier weken
verlengen.
4.
Van de mededeling, bedoeld in lid 1, en de beslissingen,
bedoeld in de leden 2 en 3, wordt een afschrift
toegezonden aan de beheerder en de installateur, een en
ander voorzover zij zelf de kennisgeving, bedoeld in
artikel 2, niet hebben gedaan.
5.
Van de beslissingen, bedoeld in de leden 2 en 3, wordt
-voor zover zij betrekking hebben op ondergrondse
opslag- een afschrift gezonden aan het KIWA.
6.
Het is verboden een inrichting, als bedoeld in artikel
2, op te richten, uit te breiden of te wijzigen voordat
de mededeling, als bedoeld in lid 1 onder a en c, is
ontvangen dan wel voordat de nadere voorschriften, als
bedoeld in lid 1 onder b, zijn medegedeeld.