1.. De subsidie wordt versterkt aan de stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst.

De subsidie wordt vastgesteld op het geraamde bedrag van de BIZ-bijdragen die in de artikel 4, eerste lid, bedoelde periode worden geheven, zoals opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst. De eventuele minderopbrengsten (bijvoorbeeld als gevolg van waardevermindering door bezwaar en beroep of oninbaarheid van de belastingbedragen) zijn voor rekening en risico van de stichting. Eventuele meeropbrengsten komen ten goede aan de stichting.

2.. De stichting brengt uiterlijk 1 juni van het kalenderjaar na afloop van het subsidiejaar een financieel en inhoudelijk verslag uit van de door haar gerealiseerde activiteiten. Het financieel deel van het jaarverslag dient eveneens uiterlijk 1 juni van het kalenderjaar na afloop van het subsidie jaar te zijn ingediend. Het inhoudelijk deel van het jaarverslag bevat in ieder geval een verantwoording van de uitvoering van het activiteitenplan en de in deze overeenkomst behorende afspraken.

3.. De stichting kan de gemeente schriftelijk en met redenen omkleed om maximaal 8 weken uitstel vragen voor het uitbrengen van de hiervoor benoemde verslagen.

4.. Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de subsidievaststelling en wijze van betalen.