**1..** Bij werkzaamheden in de grond en water is de Omgevingswet (Ow), het daarbij behorende Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) en het gemeentelijke Omgevingsplan onverkort van toepassing. Het CROW heeft hiervoor de richtlijn “Werken in of met verontreinigde grond en/of verontreinigd (grond)water” (publicatie 400). Om aan de vigerende wet- en regelgeving te voldoen dienen initiatiefnemer en grondroerder in elk geval altijd volgens de meest actuele versie van deze regels en richtlijnen te werken.
**2..** Afhankelijk van de lokale bodemkwaliteit neemt de grondroerder passende maatregelen om negatieve gevolgen voor de medewerkers en de omgeving (passanten, omwonenden enzovoort) te voorkomen. Dit kan alleen als van te voren voldoende bekendheid is over de lokale bodemkwaliteit, hetgeen wordt bereikt door middel van een voorafgaand bodemonderzoek, zoals bedoeld op paragraaf 5.2.2 van het Besluit Activieten Leefomgeving (BAL). De grondroerder legt de risico’s ten aanzien van de veiligheid en gezondheid van de medewerkers en de omgeving en de wijze waarmee daarmee wordt omgegaan vast in het VG&M plan (zie ook artikel 5.4. tweede lid van het Handboek).
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.4.
Artikel 5.4.1.
Bodemkwaliteit
Onderdeel van Handboek Kabels en Leidingen Gemeente Laarbeek 2025