**1..** Het kabel- en leidingentracé wordt in het algemeen en bij voorkeur in het trottoir gesitueerd.
**2..** In het overig deel van de openbare weg wordt de riolering en transportleidingen gesitueerd.
**3..** De minimale afstand tussen het kabel- en leidingentracé en perceelgrens is situatie afhankelijk. De algemene profielen staan in hoofdstuk 10, bijlage 10.1 van het handboek.
**4..** Bij de plaatsbepaling van kabels of leidingen in de nabijheid van bomen wordt de afstand tussen het kabel- en leidingentracé en de stam van de boom bepaald door onderstaande minimale afstanden. Zie ook Bomenposter hoofdstuk 10, bijlage 10.4. van het handboek. De leidraad staat in onderstaande tabel:
**5..** Binnen het kabel- en leidingentracé worden de kabels of leidingen qua horizontale maatvoering volgens een vaste volgorde ten opzichte van elkaar ingedeeld. De horizontale indeling is weergegeven in de algemene profielen, zie bijlage 10.1.
**6..** In bermen langs wegen dient de afstand van ligging van de kabels of leidingen tot aan de verharding ten minste gelijk te zijn aan de diepteligging ervan, tenzij anders wordt overeengekomen met de toezichthouder.
**7..** Het bovengenoemde basisprincipe wordt zoveel mogelijk nagestreefd. In bijzondere gevallen kan het college een andere indeling toestaan c.q. voorschrijven.
**8..** Handholes c.q. distributiepunten mogen niet aangebracht worden in kabel- en leidingtracés, rijbanen, parkeerplaatsen, uitwegen, op kruisingen, ter plaatse van de in- of uitritten van percelen en binnen een afstand van 5,00 m vanaf bomen en niet binnen de kroonprojectie. De handholes c.q. distributiepunten worden bij voorkeur geplaatst in voetpaden, bermen of groenvoorzieningen. In overleg met de toezichthouder kunnen andere afspraken worden gemaakt over deze voorschriften.
**9..** De grondroerder vraagt vooraf aan het college toestemming om (mede)gebruik te maken van voorzieningen die eigendom zijn van de gemeente. Bijvoorbeeld voor het gebruik van mantelbuizen, kabelgoten of holle ruimten die onder een weg of in een kunstwerk (b.v. bruggen, tunnels, viaducten en dergelijke) van de gemeente aanwezig zijn.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.2.
Artikel 7.2.1.
Horizontale ligging
Onderdeel van Handboek Kabels en Leidingen Gemeente Laarbeek 2025