**1..** Binnen het kabel- en leidingentracé worden de kabels of leidingen ten opzichte van het maaiveld qua verticale maatvoering volgens een vaste volgorde ingedeeld. De verticale indeling is weergegeven in het standaarddwarsprofiel, zie hoofdstuk 10, bijlage 10.1
**2..** Uitgangspunten bij verticale ligging:
Distributiekabels en -leidingen liggen ondieper dan transportleidingen;
Vrijverval leidingen hebben voorrang boven drukleidingen;
Kabels of leidingen worden niet binnen het ontgravingsprofiel van de riolering aangelegd. Het ontgravingsprofiel is bekend bij de rioolbeheerder van de gemeente;
Bij kruisingen van kabels of leidingen bedraagt de onderlinge tussenruimte (verticale afstand) tenminste 0,20 m;
Er wordt een strook tussen 0,60 m -mv en 1,0 -mv vrijgehouden i.v.m. kruisende vrijverval rioolaansluitingen.
**3..** Het bovengenoemde basisprincipe wordt zoveel mogelijk nagestreefd, mede in verband met kruisende rioolaansluitingen. In bijzondere gevallen kan de gemeente een andere verticale ligging toestaan c.q. voorschrijven.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.2.
Artikel 7.2.3.
Verticale ligging
Onderdeel van Handboek Kabels en Leidingen Gemeente Laarbeek 2025