3.1 Begripsbepalingen
De begripsbepalingen kennen hun definitie in Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) in bijlage 1. Deze begrippen zijn van toepassing op de beleidsregel afwijken voor kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De wijze van meten wordt benoemd in de meetvoorschriften zoals opgenomen in artikel 2.23 BBL.
Voor de begrippen die niet opgenomen zijn in het BBL volgt hieronder een opsomming:
3.1.1 Bedrijf aan huis: Het bedrijfsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentenverzorging, of het geheel of overwegend door handwerk te verrichten arbeid, die door de beperkte omvang en de aan het wonen ondergeschikte ruimtelijke uitstraling in een woning en de daarbij behorende gebouwen kan worden uitgeoefend.
3.1.2 Bed & Breakfast: het verstrekken van logies met ontbijt.
3.1.3 Detailhandel: Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder eventueel de uitstalling ten behoeve van die verkoop), verkopen en / of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
3.1.4 Kelder: een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,3 m boven peil, volledig gelegen onder een gebouw.
3.1.5 Voorgevelrooilijn: De voorgevelrooilijn als bedoeld in het Omgevingsplan.
3.1.6 Woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
3.1.7 De (bouw-)hoogte van een bouwwerk: Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
3.1.8 Breedte van een bouwwerk: de afstand in meters tussen de buitenwerkse eindgevelvlakken (indien geen sprake is van een rechthoekig gebouw: de gemiddelde breedte van het bouwwerk).
3.1.9 Dakhelling: Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
3.1.10 De goothoogte van een bouwwerk: Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
3.1.11 De inhoudsmaat van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen, met uitzondering van een eventueel aanwezige kelder.
Artikel 3.
Algemeen
Onderdeel van Beleidsregel afwijken voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten light (BOPA light)