Naar hoofdinhoud
Voor de specifieke gevallen waar dit beleid op van toepassing is, is gebaseerd op de vervallen artikelen 4 en 5 van Bijlage II van het Bor. Deze beleidsregels zijn van toepassing op de volgende gevallen: 4.1. Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; De oppervlakte mag niet meer dan 150 m². 4.2. Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, en de oppervlakte niet meer dan 50 m². 4.3. Een bouwwerk geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen; niet hoger dan 10 m, en; de oppervlakte niet meer dan 50 m². 4.4. Een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw, installaties of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; 4.5. Een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m. 4.6. Een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen. 4.7. Het gebruik van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van het openbaar gebied; 4.8. Het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; 4.9. Het gebruik van een recreatiewoning voor bewoning. 4.10 Tijdelijk afwijkingen van het omgevingsplan met een instandhoudingstermijn van ten hoogste 10 jaar. 4.11 Het hobbymatig gebruiken van gronden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel