Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Gemeentelijk beleid voor afwijkingen

Onderdeel van Beleidsregel afwijken voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten light (BOPA light)

5.1. Bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in artikel 4.1. 5.1.1. Bijbehorende bouwwerken bij woningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, als bedoeld in artikel 4.1., bij een woning zijn de volgende beleidsregels van toepassing: het aantal woningen wordt niet vergroot; bijbehorende bouwwerken worden in het achtererfgebied gerealiseerd; bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; bijbehorende bouwwerken zijn niet voorzien van een dakterras; de gezamenlijk te bebouwen oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag ten hoogste 50% van de bij het bebouwingsgebied bedragen met een maximum van: in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m²: 50% van het achtererfgebied; in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m² en kleiner dan of gelijk aan 300 m²: 50 m², vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m²; in geval van een perceel groter dan 300 m2: 90 m², vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m², tot een maximum van in totaal 150 m². de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter; de nokhoogte mag niet meer bedragen dan 5 meter; indien het bijbehorend bouwwerk wordt uitgevoerd met een plat dak en tegen het hoofdgebouw wordt aangebouwd mag de goothoogte: maximaal 3,5 meter bedragen, en; tot een maximum van 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag; indien er voldoende parkeergelegenheid is op eigen terrein. 5.1.2 Bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel (erker) Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, als bedoeld in artikel 4.1., bij een woning voor de voorgevel, aan het hoofdgebouw, zijn de volgende beleidsregels van toepassing: de breedte van het bijbehorende bouwwerk mag maximaal 1/3 van de breedte van de voorgevel bedragen; de diepte van het bijbehorende bouwwerk gemeten vanuit de voorgevel mag 1 meter bedragen; de oppervlakte van het bijbehorende bouwwerk mag maximaal 3 m² bedragen; de bouwhoogte van het bijbehorende bouwwerk mag maximaal 3 meter bedragen. 5.1.3 Vervangen bestaande bijbehorende bouwwerken Indien op een perceel reeds meer legale bijbehorende bouwwerken, als bedoeld in artikel 4.1., aanwezig is dan is toegestaan, mogen bestaande bouwwerken worden vervangen door een nieuw bouwwerk waarbij de oppervlakte en inhoud van de te slopen bouwwerken als maximum wordt gehanteerd. Uitzondering hierop vormen bouwwerken waarvoor in het geldende bestemmingsplan een specifieke sloopregeling is opgenomen. 5.2. Een bouwwerk geen gebouw zijnde zoals bedoeld in artikel 4.3. 5.2.1. Bouwwerken, geen gebouw zijnde voor de voorgevelrooilijn van bedrijfsgebouwen Voor de voorgevelrooilijn van bedrijfsgebouwen mogen geen bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals bedoeld in artikel 4.3., worden gerealiseerd, met uitzondering van: vlaggenmasten, waarvan per 5 strekkende meter gevel van het betreffende gebouw 1 vlaggenmast is toegestaan; ballenvangers ten dienste van sport indien sprake is van een terrein waar sportfaciliteiten zijn gelegen; lichtmasten ten dienste van sport bij een sportveld, wanneer wordt aangetoond dat geen onevenredige overlast voor de omgeving ontstaat; reclame-uitingen, niet aan de gevel van het gebouw bevestigd, waarbij per hoofdgebouw: de totale oppervlakte maximaal 5m² mag bedragen; de hoogte maximaal 4 meter mag bedragen, niet hoger dan het hoofdgebouw; erfafscheidingen, mits; niet hoger dan 2 meter; deze op dezelfde bestemming worden gerealiseerd als het hoofdgebouw. 5.2.2. Bouwwerken, geen gebouw zijnde, achter de voorgevelrooilijn Achter de voorgevelrooilijn mogen geen bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals bedoeld in artikel 4.3., worden gerealiseerd, met uitzondering van: erfafscheidingen waarbij de hoogte maximaal 2 meter bedraagt, mits op dezelfde bestemming; vlaggenmasten, waarvan per 5 strekkende meter gevel van het betreffende gebouw 1 vlaggenmast is toegestaan, met uitzondering van erven bij woningen; ballenvangers ten dienste van sport; lichtmasten ten dienste van sport, wanneer wordt aangetoond dat geen onevenredige overlast voor de omgeving ontstaat. 5.3 Ondergeschikte bouwdelen en niet op de grond staande buitenruimtes, zoals bedoeld in artikel 4.4. 5.3.1 Dakopbouwen Dakopbouwen, zoals bedoeld in artikel 4.4., zijn toegestaan wanneer er een precedent aanwezig is. Onder precedent wordt verstaan een gelijkvormige dakopbouw met gelijke afmetingen, die geplaatst is op een identieke of vergelijkbare woning. 5.3.2 Nokverhogingen Voor nokverhogingen, zoals bedoeld in artikel 4.4, zijn de volgende beleidsregels van toepassing: op kappen waar de dakhelling 30 graden of minder is; de vrije hoogte onder de nok in de bestaande situatie 2,0 meter of minder is; bij rijwoningen en twee-onder-één-kap woningen; bij tussenwoningen de nokverhoging over de gehele woningbreedte; gericht naar de achterzijde; met gesloten zijwanden; dakhelling van de nokverhoging is gelijk aan die van de woning; de afstand tussen de onderkant van de nokverhoging en de dakvoet van de woning is ten minste 1 m; op een bouwblok waar reeds nokverhogingen aanwezig zijn, dient deze gelijkvormig met gelijke afmetingen uitgevoerd te worden; de dakbedekking (dakpan) van de dakopbouw dient gelijk te zijn aan die van het bestaande dakvlak; 5.4 Het wijzigen van gebruik van bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 4.8. 5.4.1. Bed & Breakfast Voor het wijzigen van het gebruik, zoals bedoeld in artikel 4.8., van een deel van een tot woning bestemd pand en/of bijbehorend bouwwerk voor een bed & breakfast zijn de volgende beleidsregels van toepassing: de woonfunctie dient te allen tijde als overwegende hoofdfunctie gehandhaafd te blijven en de hoofdgebruiker verblijft dan ook ´s nachts in de woning wanneer van de bed & breakfast gebruik wordt gemaakt; de omvang is beperkt tot maximaal 30% van het vloeroppervlak van de op het perceel aanwezige bebouwing met een maximum van 60 m²; het aantal slaapplekken ten behoeve van bed & breakfast mag maximaal 4 bedragen; als parkeernorm wordt 1 extra parkeerplaats per kamer op eigen terrein gehanteerd; detailhandel is niet toegestaan; de bed & breakfast dient milieu-hygiënisch inpasbaar te zijn; er mogen geen beperkingen optreden ten aanzien van zowel de bestaande situatie als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven. 5.4.2. Beroep of bedrijf aan huis Een wijziging van het gebruik, zoals bedoeld in artikel 4.8., van woningen in de bebouwde kom, ten behoeve van beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten aan huis is toegestaan, mits: het aantal woningen gelijk blijft; het gebruik niet meer dan 25% van het bebouwde bruto vloeroppervlak omvat met een maximum van 60 m²; activiteiten waar bezoek verwacht moet worden, zijn alleen mogelijk wanneer minimaal 1 extra parkeerplaats wordt gerealiseerd op eigen terrein, naast de parkeerplaatsen die nodig zijn voor de woonfunctie; het gebruik geen ernstige en/of onevenredige hinder oplevert voor de directe woonomgeving en geen ernstige afbreuk doet aan het woonkarakter van de buurt en de woning; de woonfunctie van het desbetreffende perceel de hoofdfunctie blijft; degene die de bedrijfs- en/of beroepsactiviteit uitoefent permanent de woning bewoont; er geen sprake is van detailhandel; de activiteit er niet voor zorgt dat een inrichting ontstaat waarvoor een melding of vergunning nodig is op grond van de Wet milieubeheer. 5.5 Tijdelijke afwijkingen, zoals bedoeld in artikel 4.10 5.5.1 Bijzondere woonvormen Voor het realiseren van bijzondere woonvormen, zoals opgenomen in geldend beleid, welke tijdelijk van aard zijn zoals bedoeld in artikel 4.10, geldt het afwijkingenbeleid. De beleidsregel is van toepassing op de volgende (tijdelijke) woonvormen: Tiny & small houses: volgens de menukaart ‘Inpassing tiny en small houses’ en het maximaal 11 eenheden omvat; Pré- en post- mantelzorgwoning: volgens ‘Beleidsregel pré-mantelzorgwoningen Molenlanden’; Huisvesting roepen arbeidsmigranten: volgens: ‘Beleidsnotitie huisvesting (groepen) arbeidsmigranten Molenlanden November 2022’; Overige bijzondere woonvormen waarvoor een beleidsregel of kader is vastgesteld, voor een periode van maximaal 10 jaar. 5.5.2 Tijdelijke woonvoorziening in verband met bouwwerkzaamheden Voor het realiseren van tijdelijke woonvoorzieningen in verband met bouwwerkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 4.10, zijn de volgende beleidsregels van toepassing: er dient sprake te zijn van aantoonbaar bouwen, herbouwen of verbouwen van een woning op hetzelfde perceel; de tijdelijke woning mag alleen gebruikt worden door de hoofdgebruiker van de woning genoemd onder a; de maximale termijn voor het gebruiken van een tijdelijke woonvoorziening is 2 jaar; de woonvoorziening mag alleen aanwezig zijn tijdens het bouwproces, tot 2 weken na voltooiing van het bouwproces; de noodzaak dient te worden aangetoond; er mag een tijdelijke woonunit worden geplaatst of de tijdelijke woonvoorziening moet worden gerealiseerd in een bestaand bijbehorend bouwwerk; een tijdelijke woonunit moet verwijderd worden na verstrijken van de termijn onder c. dan wel onder d. 5.5.3 Tijdelijke woonvoorziening in verband met agrarische bedrijfsovername Voor het realiseren van tijdelijke woonvoorzieningen, zoals bedoeld in artikel 4.10, zijn de volgende beleidsregels van toepassing: er dient sprake te zijn van bedrijfsovername bij een agrarisch bedrijf. Dit moet worden aangetoond door een onafhankelijke externe commissie; de tijdelijke voorziening mag alleen worden gebruikt door degene die het bedrijf overneemt of degene die het bedrijf laat overnemen; de termijn die noodzakelijk is voor de tijdelijke woonvoorziening dient aangetoond te worden, waarbij de maximale termijn voor het plaatsen of realiseren van een tijdelijke woonvoorziening 5 jaar bedraagt; de woonvoorziening mag alleen aanwezig zijn gedurende de periode dat sprake is van bedrijfsovername. 5.6 Hobbymatig gebruik agrarische gronden 5.6.1 Schuilgelegenheden Voor het hobbymatig gebruik van gronden zoals bedoeld in artikel 4.11 en het realiseren van hierbij behorende schuilgelegenheid buiten het bouwvlak, zijn de volgende beleidsregels van toepassing: per woning of bedrijfswoning één schuilgelegenheid mag worden gerealiseerd en de noodzaak in het kader van dierenwelzijn wordt aangetoond; de schuilgelegenheid wordt op een aaneengesloten kavel van tenminste 5.000 m² geplaatst; de belangen van omliggende functies op grond van richtafstanden worden niet onevenredig; geschaad en de afstand tot woningen van derden bedraagt minimaal 50 meter; de oppervlakte van een schuilgelegenheid niet meer mag bedragen dan 30 m², gerealiseerd in één schuilgelegenheid per woning of per bedrijfswoning; de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter; eenvoudig oplopende dakconstructie van minimaal 15 graden; de schuilgelegenheid mag aan maximaal 3 zijden worden omsloten door wanden; wanneer het woon- of agrarisch perceel direct grenst aan het perceel dat wordt gebruikt voor het hobbymatig houden van dieren dient de schuilgelegenheid in beginsel op het woon- of agrarisch perceel geplaatst te worden, binnen de bestaande bouwmogelijkheden bij voorkeur achter bestaande bebouwing; er moet worden voorzien in een goede landschappelijke inpassing met groen en streekeigen beplanting en door toepassing van passende kleuren. De inpassing kan achterwege blijven indien de wanden van de schuilgelegenheid volledig worden uitgevoerd in hout; de schuilgelegenheid wordt niet gebruikt voor opslag van materialen, materieel en fourage; dit bouwwerk alleen aanwezig mag zijn wanneer de gronden hobbymatig gebruikt worden. 5.6.2 Paardenbak Voor het hobbymatig gebruik van gronden en het realiseren van hierbij behorende paardenbak buiten het bouwvlak, zoals bedoeld in artikel 4.11, zijn de volgende beleidsregels van toepassing: per woning of per bedrijfswoning is 1 paardenbak toegestaan; het hobbymatig houden van dieren (inclusief gebruik van paardenbakken) plaatsvindt op een minimale afstand van 25 meter van (bedrijfs)woningen van derden; een paardenbak moet direct grenzend aan het bouwvlak van een agrarisch bedrijf of op een afstand van ten hoogste 50 meter van het woonerf worden gerealiseerd; er dient rekening gehouden te worden met en minimale afstand van 25 meter van openbaar gebied en buurpercelen in verband met geur, stof en geluid; de maximale omvang 20 bij 40 meter (800 m2) is; de paardenbak dient te worden voorzien van een open afrastering van maximaal 1,5m hoog en maximaal 20% gesloten; De paardenbak mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden wat blijkt uit een zorgvuldige landschappelijke inpassing; de directe omgeving geïnformeerd is (zie categorie 1 participatie bij bouwen); er enkel hobbymatig gebruik van wordt gemaakt door de grondeigenaar; de paardenbak achter de voorgevelrooilijn wordt gerealiseerd; lichtmasten zijn niet toegestaan; deze bouwwerken mogen alleen aanwezig zijn wanneer de gronden hobbymatig gebruikt worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel