Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2025

Lid 1 Alle begrippen die in deze verordening inclusief bijlagen worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Gemeentewet, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna Wmo) en Jeugdwet. Lid 2 Dit omvat begrippen zoals aanbieder, algemene voorziening, gebruikelijke hulp, mantelzorg en sociaal netwerk a. Aanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren. b. Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, vrij toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. In de Jeugdwet wordt dit aangeduid als een overige voorziening. c. Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die: niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie is waarin de client in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. d. Andere voorziening: voorziening op het gebied van jeugdhulp, zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen. e. Begeleiding: is bedoeld voor volwassenen met een beperking, chronisch psychisch of psychosociaal probleem die ondersteuning nodig heeft bij het vergroten en/of vasthouden van de regie, zelfredzaamheid en participatie. De inwoner en/of zijn systeem heeft begeleiding nodig bij het (h)erkennen van en leren omgaan met zijn of haar problematiek. De inwoner kan ondersteuning vragen om het geleerde toe te (blijven) passen in het dagelijks leven. De vraag aan de begeleider beperkt zich tot één of enkele leefgebieden. De inwoner ontvangt ondersteuning op geplande momenten. Mt de inzet van begeleiding wordt in zijn algemeenheid beoogd dat de inwoner: vaardigheden heeft om de zelfredzaamheid te behouden, te vergroten of terugval te remmen (oefenen en inslijpen/toepassen van vaardigheden in het dagelijks leven. f. Begeleiding plus is bedoeld voor volwassenen met een beperking, chronisch psychisch of psychosociaal probleem van 18 jaar of ouder die ondersteuning nodig heeft bij het verkrijgen, bergroten en/of vasthouden van de regie zelfredzaamheid en participatie. De inwoner en/of zijn systeem heeft begeleiding nodig bij het (h)erkennen van en leren omgaan met zijn of haar problematiek. De hulpvragen aan de begeleider beslaan meerdere leefgebieden. Het merendeel van volgende criteria is van toepassing: de inwoner kan zorg over het algemeen wel op geplande momenten ontvangen, bij persoonlijke veranderingen zijn er grote gevolgen voor het dagelijks leven, de leefsituatie is onvoorspelbaar, de inwoner is zeer snel (psychisch) uit balans, de inwoner is gebaat bij een pro-actieve benadering, de inwoner heeft geen of beperkt zelfinzicht, er is sprake van een onstabiel medicatiegebruik, er is sprake van (acute) onveiligheid of overlast. Met de inzet van begeleiding plus wordt in zijn algemeenheid beoogd dat de inwoner: vaardigheden heeft om de zelfredzaamheid te verkrijgen, stimuleren, behouden of terugval te remmen en/of voorkomen (oefenen en inslijpen/toepassen van vaardigheden). g. Beschermd Thuis: de inwoner woont in zijn eigen (al of niet gedeelde) woning, eveneens met de benodigde begeleiding en een vorm van 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid. Er kan sprake zijn van het wonen in een groep (waarin men voorzieningen deelt) of (zelfstandig) geclusterd wonen (waarbij men zodanig geclusterd woont dat inzet van groepsbegeleiding mogelijk is). In deze gevallen is er ook een component groepsbegeleiding die door de zorginstelling geleverd wordt. De inwoner woont zelfstandig en is dus zelf verantwoordelijk voor de huur, vaste lasten en alle kosten van het levensonderhoud. h. Beschermd Wonen: Een vorm van ondersteuning met onplanbare zorg voor inwoners die als gevolg van een ernstige psychiatrische aandoening en/of kwetsbare jongvolwassenen die vanwege een licht verstandelijke beperking niet in staat zijn op eigen kracht te handhaven in de samenleving en 24-uurs toezicht, bereikbaarheid en beschikbaarheid en intensieve ondersteuning nodig hebben in verband met risico op (zelf)verwaarlozing of overlast. Binnen Beschermd Wonen kennen we drie productcategorieën: Beschermd Wonen intramuraal, Trainingshuis en Beschermd Thuis. i. Beschermd wonen intramuraal: verblijf in een accommodatie met toezicht en een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden afgestemd geheel van diensteen die worden geleverd met 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid. Wonen en zorg zijn gekoppeld. j. Bovengebruikelijke hulp: de extra zorg en hulp die bovenop de gebruikelijke hulp komt. Bovengebruikelijke hulp valt onder eigen kracht van ouders, voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp aan te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan. k. Budgethouder: cliënt die een persoonsgebonden budget op grond van de wet toegekend gekregen heeft; l. Cliënt: persoon als bedoeld in artikel 1.1.1 lid 1 van de WMO 2015 of jeugdige als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet of de inwoner die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan. In de Jeugdwet wordt dit aangeduid als een jeugdige en zijn ouders. Voor het overige wordt als betrokkene van de cliënt bedoeld de belanghebbende, de gemachtigde, familie of mensen uit het sociaal netwerk van de cliënt; m. College: het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Beuningen; n. Draagkracht: de normale, dagelijkse hulp die ouders en of andere huisgenoten vanuit eigen kracht elkaar onderling kunnen bieden. Dit betreft zowel gebruikelijke als bovengebruikelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf. o. Draaglast: De belasting die op de draagkracht gedaan wordt. p. Eigen kracht: de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de inwoner of jeugdige en zijn of haar ouders en de personen die tot hun sociale netwerk behoren, om de benodigde hulp en ondersteuning te bieden bij opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen. q. Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders /verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont. r. Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 5; s. Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning en/of jeugdhulp; t. Ingezetene: Inwoner of belanghebbende die op basis van de basisregistratie (BRP) woonachtig is in de gemeente Beuningen. u. Maatwerkvoorziening: op de behoefte, persoonskenmerken en mogelijkheden van de inwoner afgestemde maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp. In de Jeugdwet wordt dit aangeduid als individuele voorziening; v. Mantelzorg: bovengebruikelijke hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; w. Melding: het kenbaar maken van de hulpvraag door of namens de cliënt; x. Ouderlijke verzorgings- en opvoedplicht: de wettelijke plicht van de ouder met gezag om zijn minderjarige kind te verzorgen en op te voeden (artikel 1:247 Burgerlijk Wetboek). Daaronder valt de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsook het bevorderen van de ontwikkeling van zijn of haar persoonlijkheid. y. Overtreding: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift dan wel andere (contractuele) afspraken die tussen het college en de aanbieder of budgethouder zijn gemaakt; z. Persoonlijk plan: een document waarin cliënt of diens gemachtigde beschrijft welke problemen cliënt ervaart en welke oplossingen, zorg en ondersteuning daarbij passen; aa. Persoonsgebonden budget (verder: pgb): bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken; bb. Pgb-aanbieder: een natuurlijke persoon dan wel een rechtspersoon die ondersteuning verleent aan een cliënt met een persoonsgebonden budget (budgethouder); cc. Praktische begeleiding: is bedoeld voor volwassenen met een verhoogde behoefte aan ondersteuning op het gebied van huishoudelijke taken, stabilisatie, regie en organisatie van het huishouden. Er is behoefte aan een eenvoudige vorm van begeleiding en/of verlichting van de mantelzorgtaken. De begeleiding is gericht op: het huishouden op ode brengen, aanleren van structuur in het huishouden en praktische ondersteuning. Activeren en stimuleren van participatie en deelname aan de maatschappij en (tijdelijke) ontlasting van de mantelzorger. Doelstelling van de inzet van praktische begeleiding is het bieden van passende ondersteuning op de grens van huishoudelijke hulp en begeleiding, het zelfstandig functioneren en participatie vergroten en behouden of voorkomen/vertragen van achteruitgang (m.n. bij ouderen) met behulp van het eigen netwerk. dd. Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; ee. Toezichthouder: de toezichthouder als bedoeld in artikel 6.1 Wmo 2015 en artikel 24 van deze verordening, belast met het houden van toezicht op de naleving van het gestelde in of krachtens de Wmo 2015 en de Jeugdwet voor zover het rechtmatigheid betreft; ff. Trainingshuis: de inwoner woont in een (al of niet gedeelde) woning, met de benodigde begeleiding en een vorm van 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid. Er kan sprake zijn van het wonen in een groep (waarin men voorzieningen deelt) of (zelfstandig) geclusterd wonen (waarbij men zodanig geclusterd woont dat inzet van groepsbegeleiding mogelijk is). Er is sprake van een component groepsbegeleiding die door de zorginstelling geleverd wordt. De inwoner woont zelfstandig en is dus zelf verantwoordelijk voor de huur, vaste lasten en alle kosten van het levensonderhoud. Wonen en zorg zijn gekoppeld. gg. Verslag: schriftelijke weergave van het onderzoek en een advies aan het college over het treffen van een voorziening; hh. Voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee geheel of gedeeltelijk aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen en waardoor een maatwerkvoorziening achterwege kan blijven; ii. Wet: De WMO 2015 (de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) en/of de Jeugdwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel