1. Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college of een andere daartoe door het college aangewezen organisatie, verder te noemen de andere organisatie, worden gemeld.
2. Het college of de andere organisatie bevestigt de ontvangst van een melding.
3. Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp, voert het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zes weken na de melding, een onderzoek uit overeenkomstig de artikelen 4, 5 en 6.
4. In spoedeisende gevallen verstrekt het college of de andere organisatie na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp aan de rechter.
5. Voor zover de hulpvraag betrekking heeft op jeugdhulp, kan de hulpvraag ook worden gemeld bij de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, die elk kan verwijzen naar gecontracteerde jeugdhulp. De gecontracteerde jeugdhulpaanbieder beoordeelt welke maatwerkvoorziening nodig is.
6. Het college legt de te verlenen maatwerkvoorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking. In het geval van een verwijzing naar gecontracteerde jeugdhulp, zoals bedoeld in lid 5, legt het college de te verlenen maatwerkvoorziening dan wel het afwijzen daarvan alleen vast in een beschikking, indien cliënt dit wenst of wanneer het college afwijkt van het oordeel van de jeugdhulpaanbieder, zoals omschreven in lid 5. Voor de inhoud van een beschikking wordt verwezen naar artikel 10.
Hoofdstuk 1
Artikel 2.
Melding hulpvraag
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2025