**1..** Bijzondere bijstand voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten van zelfstandig wonende jongeren van 18 tot 21 jaar kan worden verleend voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de geldende bijstandsnorm en in de hogere bestaanskosten niet kan worden voorzien door het delen van kosten met een ander, en er geen beroep op de onderhoudsplicht van de ouders kan worden gedaan.
**2..** De jongere als bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht zijn onderhoudsrecht redelijkerwijs niet te gelde te kunnen maken als:
de ouder(s) is/zijn overleden of in het buitenland woont/wonen;
de jongere in het kader van de Wet op de jeugdzorg destijds buiten het gezin is geplaatst;
de jongere op de ingangsdatum van de bijstandsverlening 12 maanden of langer zelfstandig woont;
er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de minderjarige zelf geen verandering kan worden gebracht.
**3..** De noodzakelijke kosten van het bestaan van de zelfstandig wonende alleenstaande dan wel alleenstaande ouder van 18 tot 21 jaar zoals bedoeld in lid 1, wordt gesteld op het normbedrag voor een persoon van 21 jaar inclusief vakantietoeslag in vergelijkbare omstandigheden. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op het verschil tussen dit bedrag en de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
**4..** Jongeren die de Wet studiefinanciering 2000 (hierna: WSF) ontvangen komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand voor aanvulling levensonderhoud. WSF wordt als een toereikende voorliggende voorziening gezien voor levensonderhoud.
**5..** Jongeren die een tegemoetkoming scholieren (hierna: WTOS) ontvangen kunnen wel in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor levensonderhoud. Bij de berekening dient dan enkel rekening gehouden te worden met het bedrag van de basistoelage voor levensonderhoud. Aanvulling is tot de WSF-norm, op deze manier worden WSF-ers en WTOS-ers gelijk behandeld. Voorwaarde is dat hij/zij noodgedwongen op zichzelf moet wonen en ook géén beroep kan doen op de onderhoudsplicht van zijn/haar ouders.
**6..** Het recht op bijzondere bijstand wordt in ieder geval beëindigt met ingang van de datum waarop de 21-jarige leeftijd wordt bereikt.
Hoofdstuk 4
Artikel 13.
Jongere 18 tot 21 jaar met noodzaak zelfstandig wonen, niet zijnde verblijf in inrichting
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Steenbergen