**1..** De noodzakelijke kosten van het bestaan van de alleenstaande of de alleenstaande ouder van 18 tot 21 jaar die verblijft in een inrichting in de zin van artikel 1, sub f, van de wet, en ook zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken, worden gesteld op het normbedrag als bedoeld in artikel 23, lid 1, sub a, van de wet.
**2..** De hoogte van de inrichtingsnorm sluit niet in alle gevallen goed aan bij de ontwikkeling in de zorgverlening en zorgwetgeving. Dit omdat bij een verblijf in een inrichting de zorg en inwoning niet altijd in natura wordt verleend. Hierdoor moeten sommige inwoners een eigen bijdrage betalen waarin de norm niet voorziet. Bijvoorbeeld voor de huur van de kamer, het gebruik van gemeenschappelijke ruimtes, eten en drinken en gas water en licht. In dit soort situaties kan de inrichtingsnorm eventueel aangevuld worden met de kosten waarin de inrichtingsnorm niet voorziet tot maximaal de norm voor een alleenstaande van 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. De belanghebbende dient hiervan bewijsstukken te overleggen.
Hoofdstuk 4
Artikel 14.
Jongere 18 tot 21 jaar die in een inrichting verblijft
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Steenbergen