De BEA is een instrument dat ingezet wordt om de effecten op bomen bij (voorgenomen) bouw- en/of reconstructieplannen in beeld te brengen en te beoordelen of en op welke wijze de negatieve effecten zijn te minimaliseren. Met behulp hiervan wordt beoordeeld of een duurzame instandhouding van de boom of bomen mogelijk is, in geval van realisatie van de voorgenomen plannen.
Een BEA moet opgesteld worden door een onafhankelijke, gecertificeerde European Tree Technician (ETT) of iemand met aantoonbaar vergelijkbare kennis en ervaring.
Om een goed inzicht te krijgen in de (on)mogelijkheden van het duurzaam in stand houden van een boom of bomen, moeten de onderstaande onderwerpen aan de orde komen in de BEA.
1. Inleiding
De aanleiding voor het uitvoeren van de BEA en de vraagstelling vanuit de voorgenomen bouw- of reconstructieplannen.
2. Bomeninventarisatie
De bomeninventarisatie bevat per boom de volgende gedetailleerde informatie:
boomsoort (Nederlandse en wetenschappelijke naam);
leeftijd. Indien het jaar van aanplant niet bekend is, dan volstaat een inschatting van de leeftijd met een nauwkeurigheid van treden van 5 jaar;
boomhoogte (< 6m / 6-9m / 9-12m / 12-15m / 15-18m / 18-24m / >24m);
stamomtrek, gemeten in centimeters op 1,3 meter hoogte. Dit moet nauwkeurig zijn en zonder marge;
kroondiameter huidig en potentiële kroondiameter wanneer de boom zijn eindbeeld heeft bereikt op de betreffende locatie bij gelijkblijvende omstandigheden. Dit wordt uitgedrukt in meters. De huidige kroondiameter moet nauwkeurig zijn (maximaal 1 m marge);
kroonvorm (afwijkend ja / nee. Indien ja: aard van de afwijking, bijv. knotboom);
stamvorm (bijv. meerstammig of beveerd);
aanwezigheid van gebreken ja/nee. Wat is de kwaliteit van de kroon, stam en stamvoet? Indien ja: beschrijving van de gebreken (ziekten, aantastingen, schade, verzwakkingssymptomen);
aanwezigheid van boomholten en grote nesten ja/nee. Indien ja: beschrijving toevoegen;
conditie (goed / redelijk / matig / slecht / zeer slecht / dood). Indien matig of slechter dient een toelichting en duiding van de oorzaak opgenomen te worden;
toekomstverwachting, volgens de richtlijnen van de NVTB (goed: > 15 jaar / redelijk: 5-15 jaar / matig: 5-15 jaar, toestand van de boom duidelijk verminderd, maar herstel is eventueel mogelijk / slecht: 0-5 jaar, toestand van de boom is minimaal of nihil en herstel van de boom is niet of nauwelijks mogelijk). Indien de toekomstverwachting 5 tot 15 jaar is, zijn er dan mogelijkheden om de toekomstverwachting te laten toenemen? Zo ja, welke mogelijkheden betreft het, wat zijn bij benadering de kosten en met hoeveel jaar neemt de toekomstverwachting toe;
standplaats (o.a. gras/beplanting/verharding).
Als meerdere bomen in de BEA worden onderzocht, dan dienen de bomen ter identificatie genummerd te worden.
3. Situatiebeschrijving
Een beschrijving, gepaard gaande met duidelijke tekeningen, van de bestaande en de nieuwe situatie, die ontstaat als gevolg van de bouw- of reconstructieplannen.
4. Onderzoek en bevindingen
Hier wordt aangegeven wat er nodig is om, tijdens de bouw- en of aanlegwerkzaamheden en daarna van een gezond bomenbestand te kunnen spreken. Het onderzoek richt zich op de bomen die aanwezig zijn in het projectgebied, maar ook andere bomen die vallen binnen de invloedsfeer van het project moeten worden onderzocht. Denk hierbij aan zaken als (tijdelijke of permanente) grondwaterverlagingen en -verhogingen, benodigde opstelplaatsen voor bouwkranen, opslag van materieel en materialen, plaatsing van een bouwkeet en/of bouwdepot en de toegang tot het bouwterrein.
De volgende punten moeten overzichtelijk worden weergegeven:
Bovengronds
Per boom dient de relevante informatie, vanuit de bomeninventarisatie zoals hiervoor beschreven, te worden aangehaald. Het gaat in ieder geval om:
boomsoort, boomhoogte, stamomtrek, kroondiameter
conditie, toekomstverwachting
gebreken
Ondergronds
bodemprofiel en -samenstelling
verdichting, luchthuishouding
waterhuishouding
voedingstoestand
ligging van kabels en leidingen
Effectanalyse
beschrijving van knelpunten zowel boven- als ondergronds. Bijvoorbeeld knelpunten die ontstaan door de bouw van woningen in of nabij de boomkroon of de aanleg van parkeervakken in het wortelpakket van de boom.
indien aan de orde: knelpunten van grondwaterverlaging- of verhoging (zie ‘6.4 Bomenwacht en grondwaterverlaging- of verhoging’)
gevolgen voor de bomen
5. Onderzoek naar boomvriendelijke alternatieven
De mogelijke alternatieven qua planvorming en/of werkzaamheden dienen beschreven te worden en een advies voor het meest boomvriendelijke (realistische) alternatief. Indien nodig worden hier maatwerk oplossingen toegepast. Nadere uitwerking van deze maatwerkoplossingen kan eventueel op een later moment plaatsvinden.
6. Conclusie
De uitkomsten op basis van de onderwerpen 1 t/m 5 van de Boom Effect Analyse.
7. Advies
De beschrijving van de te nemen maatregelen dient bestek specifiek en/of zo uitgebreid (realistisch) mogelijk te zijn. In het geval dat het maatwerk betreft dient in hoofdlijnen duidelijk te worden gemaakt wat het geadviseerde maatwerk betreft. Indien het noodzakelijk is om het advies verder uit te werken dient vroegtijdig contact opgenomen te worden met de gemeente.
In het advies dienen de volgende onderdelen opgenomen te worden:
benodigde beheermaatregelen
indien aan de orde: een duiding van het benodigde nader onderzoek
boombeschermingsplan met te nemen maatregelen
maatregelen voor groeiplaatsverbetering
planaanpassingen die realistisch en langdurig behoud van de bomen ten goede komt
8. Verplantbaarheid
Indien uit de BEA naar voren komt dat bomen niet behouden kunnen worden op hun huidige plek, moet de potentiële verplantbaarheid worden bepaald. Zie ‘6.3 Verplantbaarheidsonderzoek’.
Artikel 6.1 Boom Effect Analyse (BEA)
Artikel 6.1 Boom Effect Analyse (BEA)
Onderdeel van Beleidsregels Bomen 2025