**1..** De gepensioneerde wethouder die recht heeft op het ouderdomspensioen
bedoeld in artikel 9, vijfde lid, onder b, van de Algemene
Ouderdomswet heeft, voor zover zijn pensioen is berekend met
toepassing van artikel 19, recht op een toeslag op zijn pensioen,
indien de kalendertijd, waarin de voor de berekening van zijn
pensioen meetellende diensttijd is gelegen, geheel of gedeeltelijk
samenvalt met de kalendertijd, die in aanmerking is genomen bij de
berekening van enig pensioen waarop zijn echtgenoot recht heeft,
mits op laatstbedoeld pensioen een vermindering is toegepast uit
hoofde van recht op ouderdomspensioen ingevolge de Algemene
Ouderdomswet.
**2..** Voor de toepassing van dit artikel wordt mede als echtgenoot
aangemerkt degene die voor de toepassing van de Algemene
Ouderdomswet als echtgenoot van de gepensioneerde wethouder wordt
aangemerkt.
**3..** De in het eerste lid bedoelde toeslag bedraagt voor elk voor de
berekening van het pensioen meetellende jaar binnen de samenlopende
kalendertijd 0,525 procent van de franchise bedoeld in artikel 19,
vijfde lid onder a.
**4..** De toeslag wordt slechts toegekend op schriftelijke aanvraag en gaat
in op de dag waarop de in het eerste lid bedoelde omstandigheid is
opgetreden, met dien verstande dat de toeslag niet vroeger ingaat
dan een jaar voor de eerste dag van de maand waarin de aanvraag bij
burgemeester en wethouders is ingediend.
**5..** Voor de toepassing van artikel 157 van de Algemene pensioenwet
politieke ambtsdragers en van hoofdstuk III van deze verordening
wordt de toeslag ingevolge dit artikel niet onder pensioen
begrepen.
Afdeling II › Hoofdstuk II
Artikel 21
Samenvallende diensttijd van echtgenoten tussen 31 december 1985 en 1 januari 1995.
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders gemeente Delft 1992