Het toezicht op de rechtmatigheid, het voorkomen van oneigenlijk gebruik of misbruik van de Wmo- en jeugdhulpvoorzieningen, is de verantwoordelijkheid van de Lekstroomgemeenten.
Het kwaliteitstoezicht valt buiten de reikwijdte van deze beleidsregel. Waar kwaliteitstoezicht bijdraagt aan het verzekeren van goede en op maat gemaakte ondersteuning, richt rechtmatigheidstoezicht zich op het waarborgen dat financiële middelen voor ondersteuning op de juiste plek terechtkomen en worden besteed aan het beoogde doel. Het kwaliteitstoezicht wordt voor de Wmo uitgevoerd door de GGD regio Utrecht (hierna GGDrU) en voor de Jeugdwet door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna IGJ). Voor het kwaliteitstoezicht is een Regionaal handhavingskader vastgesteld door 24 Utrechtse gemeenten. Het rechtmatigheidstoezicht valt niet onder het kwaliteitstoezicht van GGDrU en IGJ. Uit de praktijk blijkt dat er veelal een verband tussen rechtmatigheid en kwaliteit bestaat.
Voor de uitvoering van de werkzaamheden van de toezichthouder zijn werkinstructies aanwezig. Op hoofdlijnen ziet het werkproces van de toezichthouder er als volgt uit:
Met deze werkinstructies kan de toezichthouder passend en rechtvaardig optreden bij het doen van een onderzoek. De toezichthouder betrekt tijdens onderzoek en afronding ervan ook juridische expertise. Deze werkinstructies bieden ook een kader op basis waarvan een interne of externe audit kan plaatsvinden.
De toezichthouder informeert de bestuurders als een onderzoek wordt gestart, waarbij gevoeligheden worden verwacht.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Toezicht op rechtmatigheid
Onderdeel van Beleidsregel preventie, toezicht en handhaving rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet 2025 – regio Lekstroom