Naar hoofdinhoud
Wanneer wordt geconstateerd dat niet rechtmatig is gehandeld zijn er verschillende mogelijkheden voor de gemeente(n) om handhavend op te treden: Bestuursrechtelijk Bestuursrechtelijke maatregelen zijn gericht op een individuele beschikking (indicatiestelling), waarin een inwoner een voorziening op grond van de Wmo of Jeugdwet toegewezen heeft gekregen. Deze bestuursrechtelijke maatregelen zijn: Herzien of intrekken van het besluit tot verstrekken van een voorziening. Dit kan in het geval van Wmo bij zowel persoonsgebonden budget (PGB) als bij zorg in natura het geval zijn, bij Jeugdwet alleen bij PGB (artikel 2.3.10 Wmo 2015, artikel 8.1.4 lid 1 Jeugdwet). Voorbeelden van herziening zijn het stopzetten van de verstrekking of verdere weigering van keuzevrijheid voor een PGB. In dat laatste geval kan wel recht bestaan op een voorziening in de vorm van Zorg in Natura. Terugvordering (geheel of gedeeltelijk) van de geldwaarde van de voorziening in de vorm van het persoonsgebonden budget (artikel 2.4.1 Wmo 2015, artikel 8.1.4 lid 3 Jeugdwet) bij inwoner en/of zorgverlener (op grond van het derdenbeding4Het derdenbeding is een afspraak in de zorgovereenkomst die de pgb-houder beschermt bij oneigenlijk gebruik van de zorgverlener. Hierdoor kan de gemeente onterechte betalingen direct bij de zorgverlener terugvragen.). N.B. In geval van zorg in natura valt terugvordering onder de civielrechtelijke maatregelen. Zowel de Wmo als de Jeugdwet geven geen vereiste juridische grondslag voor het opleggen van een bestuurlijke boete. Ook voor het opleggen van een last onder bestuursdwang (en daarmee last onder dwangsom) geeft de Wmo geen bevoegdheid aan het college. Uitgangspunt is dat het advies van de toezichthouder door de gemeente wordt uitgevoerd. Strafrechtelijk Bij een strafrechtelijke aanpak wordt ingezet op het opsporen en bestraffen van de dader voor het plegen van strafbare feiten. Hierover beslist niet de toezichthouder, maar het Openbaar Ministerie. Het doen van aangifte is één van de maatregelen die de gemeente kan nemen. Wanneer de toezichthouder tijdens het onderzoek vermoedens van strafbare feiten signaleert of constateert, kan de toezichthouder adviseren aangifte te doen. De gemeente kan aangifte doen via de Nederlandse Arbeidsinspectie en een melding bij de Nederlandse Zorgautoriteit. Bij het advies van de toezichthouder houdt deze rekening met: Omvang onrechtmatigheid; Omvang organisatie; Bereidheid tot meewerken aanbieder/inwoner aan herstelmaatregelen; De kans dat het Openbaar Ministerie de aangifte oppakt (w.o. de vereisten aan het bewijs en omvang in relatie tot beschikbare capaciteit bij opsporingsdiensten en het Openbaar Ministerie). Het doen van aangifte is en blijft een gemeentelijke bevoegdheid. De Lekstroomgemeenten streven naar bestuurlijke consensus op dit punt. Het is mogelijk dat een bestuursrechtelijk en strafrechtelijk traject naast elkaar lopen. Civielrechtelijk De Lekstroomgemeenten hebben als inkoper contractuele afspraken gemaakt met zorgaanbieders voor Zorg in Natura. Hierdoor is met deze zorgaanbieders sprake van een civielrechtelijke verhouding. Vanuit dat perspectief kunnen civielrechtelijke maatregelen worden genomen. Tenzij de Wmo en/of Jeugdwet daarmee op een onaanvaardbare wijze wordt doorkruist. Hiervan is geen sprake indien sprake is van een frauderende zorgaanbieder. Op basis van het advies van de toezichthouder kunnen de volgende maatregelen genomen worden: Facturatie-/betaalstop of een verbod op uitbreiding van de overeenkomst met de zorgaanbieder; Cliëntenstop (er worden geen nieuwe cliënten meer verwezen naar de aanbieder); Beëindiging van de overeenkomst met zorgaanbieder; Terugvorderen van geld dat ten onrechte is verstrekt. Voor de Lekstroomgemeenten is de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) de uitvoerder van deze maatregelen. Het college en de burgemeester van Houten is hiervoor door de andere vier colleges en burgemeesters van de Lekstroomgemeenten gemandateerd en gevolmachtigd. Gemeente Houten heeft middels onder-mandaat en -volmacht deze bevoegd gegeven aan de teammanager van de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL). Voordat tot deze maatregelen wordt besloten kan het advies ook andere maatregelen inhouden, afhankelijk van de situatie. Voorbeelden zijn: het laten verbeteren van de administratie en die te monitoren of het verbieden van het nog langer inzetten van (ongekwalificeerd) personeel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel