Het nemen van maatregelen is maatwerk. Afhankelijk van de ernst van de situatie en de kans op herhaling kan gekozen worden voor een bepaald type maatregel. Als onderdeel van de afweging wordt de mate van verwijtbaarheid van de zorgontvanger en/of zorgaanbieder getoetst. Op deze wijze wordt zoveel mogelijk onderscheid gemaakt tussen het maken van onbedoelde fouten en het bewust plegen van fraude. Om te garanderen dat de menselijke maat wordt gehanteerd bij het handhaven wordt de proportionaliteit en subsidiariteit van de maatregel meegenomen in de besluitvorming.
In alle gevallen wordt teruggevorderd, als onrechtmatigheid door toezichthouder is aangetoond en er een berekening van het onrechtmatig gefactureerde bedrag is gemaakt. Daarnaast geeft de toezichthouder advies aan de gemeente en het contractmanagement van Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) op basis van het hierna beschreven afwegingskader, met als doel zo objectief mogelijk te komen tot een maatregel(mix). Het afwegingskader gaat alleen in op Zorg in Natura (gecontracteerde aanbieders). De toezichthouder zal in het geval van PGB een individueel advies aan de betreffende gemeente geven met de (mix van) bestuursrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen zoals genoemd in paragraaf 4.1.
Afwegingskader
De toezichthouder weegt af op twee dimensies, te weten:
A. De ernst van de gevolgen in 4 gradaties (vrijwel nihil, beperkt, van belang, aanzienlijk). De toezichthouder weegt dit op basis van:
Impact op de (niet) geleverde zorg aan de inwoners. Dit betreft een afweging op kwantiteit (minder uren geleverd dan geïndiceerd) en kwaliteit van de geleverde zorg (bv. door niet gekwalificeerde medewerkers voor dat type zorg). Als de veiligheid van een inwoner (cliënt) en/of personeel in het geding is door de aangetroffen onrechtmatigheid, is de impact minimaal ‘van belang’.
De omvang van de groep mensen waarop het risico van toepassing is of kan zijn. De toezichthouder weegt dit aan de hand van het aantal inwoners die de betreffende hulp (productcategorie) ontvangen en de mogelijke effecten van de onrechtmatigheid op inwoners bij dezelfde aanbieder vanuit Lekstroom die andere hulp ontvangen. In geval van een PGB is de omvang altijd ‘vrijwel nihil’, tenzij sprake is van een specifiek bureau dat van meerdere inwoners het PGB beheert.
B. Het gedrag van de overtreder, naar type onrechtmatigheid (zie ook paragraaf 2.2; onbedoelde fouten, oneigenlijk gebruik, ondoelmatig en ongepast gebruik, (opzettelijke) fraude). In de afweging spelen mee:
Kwaliteitsborging van de hulpverlening binnen de organisatie (slecht, matig, goed). Dit kan blijken uit kwaliteitstoezicht, klachten van inwoners, cliënttevredenheid.
De houding van de zorgaanbieder (daarbij kan gewogen worden op niet-weten, niet-kunnen, niet-willen, opzet). Daarin speelt bijvoorbeeld mee de bereidheid tot herstel en teruggave. Dit speelt geen rol als duidelijk sprake is van fraude (opzet).
Handhavingsmatrix
Bij de afweging welk type maatregel wordt geadviseerd, hanteert de toezichthouder als richtlijn onderstaande opgestelde matrix.
[AFBEELDING]
Terugvorderen staat niet bij de maatregelen benoemd. Wanneer onterechte facturen gedeclareerd zijn, wordt altijd teruggevorderd.
Indien sprake is van herhaalde overtredingen (recidive) bij de desbetreffende aanbieder verschuift de zwaarte van de afweging diagonaal een vakje omhoog (bv. van B2 naar C3).
Op basis hiervan stelt de toezichthouder een advies op. Voorafgaand is door de toezichthouder juridische expertise betrokken. De toezichthouder stemt het advies vervolgens af met de teammanager van de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) en de beleidsmedewerker van de gemeente waarvan het aantal inwoners (cliënten) bij deze aanbieder het grootst is. Zij bepalen in welke categorie van de matrix het advies valt, waarbij de onafhankelijkheid van de toezichthouder (bij afwijkende meningen) leidend is voor zijn definitieve advies. De Regionale Backoffice Lekstroom (niet zijnde de toezichthouder) voert vervolgens de civielrechtelijke maatregelen uit, met als uitgangspunt dat het definitieve advies van de toezichthouder wordt gevolgd, tenzij er zwaarwegende bezwaren zijn. Het Ambtelijke overleg Jeugd of Wmo (afhankelijk van type aanbieder) wordt geïnformeerd over het definitieve advies en de uitvoering van maatregelen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Afwegingskader straf- en civielrechtelijke maatregelen: handhavingsmatrix
Onderdeel van Beleidsregel preventie, toezicht en handhaving rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet 2025 – regio Lekstroom