Het college kan een aanvraag voor een omgevingsvergunning verlenen voor een 'Generatiewoning’, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • - de generatiewoning:
    • - wordt/is levensloopbestendig uitgevoerd;
    • - beschikt over één eigen parkeerplaats op eigen terrein. Deze parkeerplaats moet aanvullend zijn ten opzichte van de bestaande parkeerplaats(en) van de hoofdwoning;
    • - wordt ingepast binnen de bestaande, bouw- en afwijkingsmogelijkheden van het ter plekke geldende omgevingsplan met een minimum van 30 m2 en een maximum van 100 m2;
  • - als het oppervlakte van het totaal aan bijbehorende bouwwerken niet past binnen de bouw- en afwijkingsmogelijkheden van het ter plekke geldende omgevingsplan dient de generatiewoning:
    • - in zijn geheel of in delen verplaatsbaar te zijn;
    • - niet kleiner te zijn dan 30 m2;
    • - niet groter te zijn dan maximaal 100 m2.
  • - er moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van de functie aan de locatie;
  • - er mag geen sprake zijn van een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft. Dit betekent ook dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt.
  • - het (deel van het) gebouw waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd voldoet aan overige geldende wet- en regelgeving.