1.. Een ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd indien:

  • - Aan de ontheffing verbonden voorschriften en/of beperkingen niet in acht zijn of worden genomen;
  • - Sprake is van oneigenlijk gebruik van deze ontheffing of eventueel andere aan de ontheffinghouder afgegeven ontheffing(en) op grond van deze beleidsregels;
  • - De goedgekeurde route bij een routeontheffing niet meer mogelijk is omdat de actuele situatie met betrekking tot de draagkracht van bruggen of kademuren is gewijzigd;
  • - de verleende ontheffing leidt tot een verkeersonveilige situatie;
  • - de verleende ontheffing leidt tot meerdere overlastmeldingen bij toezichthouders en/of het bevoegd gezag;
  • - Ter verkrijging van de ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
  • - Sprake is van veranderde wetgeving (of beleid) of een verandering van omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing;
  • - Sprake is van veranderde omstandigheden van de zijde van de ontheffingshouder als gevolg waarvan de ontheffinghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden voor een ontheffing;
  • - De ontheffinghouder hierom verzoekt.

2.. Een ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd indien:

  • - Een eerdere ontheffing van de aanvrager maximaal twee jaren voorafgaand aan de aanvraag wegens handelen in strijd met ontheffingsvoorschriften en –beperkingen is ingetrokken;
  • - De verwachting bestaat dat er oneigenlijk gebruik zal worden gemaakt van de ontheffing;
  • - Er reële alternatieven voor vervoer zijn, zoals openbaar vervoer of over water;
  • - De ontheffing onvoldoende is onderbouwd;
  • - Met het verlenen van de gevraagde ontheffing gevaar ontstaat voor kades en bruggen;
  • - Er haltes buiten de zone zwaar verkeer – besloten busvervoer zijn met een kortere loopafstand;
  • - De aanvraag anderszins niet past binnen de grondslag van het verkeersbesluit.