Op basis van de bestaande wet- en regelgeving moet een omgevingsvergunningsaanvraag voor een
erfwindturbine aan de onderstaande randvoorwaarden voldoen:
de vereisten vanuit het Besluit bouwwerken en leefomgeving (Bbl);
de vereisten vanuit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) op het gebied van de bescherming
van flora en fauna (hoofdstuk 11);
de vereisten vanuit de Omgevingsverordening Provincie Utrecht (hoofdstuk 6) ten aanzien van
natuurgebieden (Afdeling 6.1);
vanuit het Omgevingsplan gemeente Bunnik geldende milieueisen met betrekking tot kleine
windmolens;
de vereisten uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) met betrekking tot externe veiligheid
(hoofdstuk 5.1.2 en bijlage VII);
kleinschalige windturbines moeten voldoen aan de NEN‐EN‐IEC norm 61400‐2 dan wel de
eisen uit de Handreiking miniwind en kleine windmolens van Nederlandse WindEnergie
Associatie (NWEA);
de instructieregel kleine windturbines uit de Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht
(Artikel 5.3 (versie 2024)).
de voorwaarden ten aanzien van participatie op basis van artikel 7 van de regeling Participatie bij
ruimtelijke ontwikkelingen’ van de gemeente Bunnik
het Aanwijzingsbesluit adviesrecht en verplichte participatie omgevingsvergunningen gemeente
Bunnik.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Beleidsregels erfwindturbines gemeente Bunnik