Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3.1.

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Beleidsregels erfwindturbines gemeente Bunnik

De locatie voor de te plaatsen erfwindturbine bevindt zich achter de voorgevelrooilijn van het oorspronkelijke hoofdgebouw en binnen het bouwvlak. Deze locatie houdt voldoende rekening met in- en uitvliegroutes van de aanwezige fauna voor de plaatsing van de erfwindturbine. De erfwindturbine wordt afgestemd op de bestaande erf- en bebouwingsstructuur. Bebouwing op het erf en de erfwindturbine vormen een ruimtelijk eenheid en passen qua maat en kleurstelling bij elkaar en de omliggende begroeiing. Wanneer er in een bebouwingslint of op een bedrijventerrein al één of meerdere erfwindturbines zijn geplaatst, geldt dat de situering op het beoogde perceel in samenhang met de al gerealiseerde erfwindturbines wordt beoordeeld. De afstand van een erfwindturbine tot gasinfrastructuur bedraagt tenminste dan 25 meter. De afstand van een erfwindturbine tot hoogspanningsinfrastructuur bedraagt tenmisnte de maximale werpafstand bij twee keer het nominaal toerental van de windturbine. De plaatsgebonden risicocontour (PR) 10-6 van de erfwindturbine (ofwel masthoogte + lengte van 1 rotorblad) geldt als grenswaarde voor zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties van derden. Deze functies zijn niet toegestaan in de PR 10-6 (artikel 5.7 Bkl). De plaatsgebonden risicocontour (PR) 10-6 van de erfwindturbine (ofwel masthoogte + lengte van 1 rotorblad) geldt als standaardwaarde voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties van derden. Deze functies zijn alleen met goede motivering toegestaan in de PR 10-6 (artikel 5.11 Bkl).

Rechtspraak bij dit artikel