De ashoogte van de erfwindturbine bedraagt maximaal 20 meter, gemeten vanaf de gemiddelde
hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.
In afwijking het gestelde onder a is een erfwindturbine met een ashoogte tot maximaal 30 meter
mogelijk in het geval dit noodzakelijk is om volledig of bijna volledig in eigen energiebehoefte van
de bestaande bouwwerken te voorzien. Met (bijna) volledig bedoelt de gemeente dat een grotere
erfwindturbine in ten minste 90% van de energiebehoefte voorziet. De initiatiefnemer dient dit aan
te tonen door een document te overleggen waarop het huidige energieverbruik wordt aangetoond
evenals de verwachte opbrengst van de erfwindturbine.
De kleursamenstelling van de windturbine is ingetogen en afgestemd op het landschap:
Wanneer de erfwindturbine afsteekt tegen begroeiing (bosschages, houtsingels, etcetera)
of bebouwing met een donkere kleurstelling, gaat de voorkeur uit naar groengrijs of
(donker)groen;
Wanneer de erfwindturbine voornamelijk tegen de lucht afsteekt is een lichte grijstoon
wenselijk.
De verschijningsvorm en het materiaalgebruik van de erfwindturbine wordt afgestemd op het
karakter van het erf. In het geval van een erf van een agrarisch bedrijf geldt voor de
verschijningsvorm dat enkel erfwindturbines van het HAT-type passend worden geacht.
De turbine is niet voorzien van reflecterende materialen en/of reclame-uitingen.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3.2.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Beleidsregels erfwindturbines gemeente Bunnik