Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.3.2.

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Beleidsregels erfwindturbines gemeente Bunnik

De ashoogte van de erfwindturbine bedraagt maximaal 20 meter, gemeten vanaf de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. In afwijking het gestelde onder a is een erfwindturbine met een ashoogte tot maximaal 30 meter mogelijk in het geval dit noodzakelijk is om volledig of bijna volledig in eigen energiebehoefte van de bestaande bouwwerken te voorzien. Met (bijna) volledig bedoelt de gemeente dat een grotere erfwindturbine in ten minste 90% van de energiebehoefte voorziet. De initiatiefnemer dient dit aan te tonen door een document te overleggen waarop het huidige energieverbruik wordt aangetoond evenals de verwachte opbrengst van de erfwindturbine. De kleursamenstelling van de windturbine is ingetogen en afgestemd op het landschap: Wanneer de erfwindturbine afsteekt tegen begroeiing (bosschages, houtsingels, etcetera) of bebouwing met een donkere kleurstelling, gaat de voorkeur uit naar groengrijs of (donker)groen; Wanneer de erfwindturbine voornamelijk tegen de lucht afsteekt is een lichte grijstoon wenselijk. De verschijningsvorm en het materiaalgebruik van de erfwindturbine wordt afgestemd op het karakter van het erf. In het geval van een erf van een agrarisch bedrijf geldt voor de verschijningsvorm dat enkel erfwindturbines van het HAT-type passend worden geacht. De turbine is niet voorzien van reflecterende materialen en/of reclame-uitingen.

Rechtspraak bij dit artikel