Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening toeristenbelasting 2011

1. De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:  van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3. van degenen die educatieve bijeenkomsten bijwoont van een vertegenwoordigend openbaar lichaam waarvan hij/zij of het lidmaatschap bekleedt, dan wel de bijeenkomsten bijwoont ingevolge last of bevel van de overheid; 4. van een gehandicapte of persoon met een beperking dan wel als verzorger of ondersteuner van de gehandicapte of de persoon met een beperking verblijf houdt in accommodaties van verenigingen of stichtingen, zonder winstoogmerk, die blijkens hun statuten als doel hebben een vakantiefunctie te realiseren voor personen met een handicap of beperking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel