Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK XV:

Artikel 37

Artikel 37

Onderdeel van Regeling Streekarchief Midden-Holland

Iedere deelnemer kan een aankondiging indienen tot uittreden. De daartoe strekkende aankondiging tot uittreden van het college van burgemeester en wethouders, na toestemming van de raad, wordt terstond door toezending ter kennis gebracht van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het dagelijks bestuur de aankondiging heeft ontvangen. Het dagelijks bestuur zendt de aankondiging tot uittreding van een deelnemer aan de raden en colleges van de overige deelnemende gemeenten. Alvorens een deelnemer tot een besluit tot uittreding komt, wordt over het verzoek daartoe eerst overleg met de andere deelnemers gevoerd. Een besluit tot uittreding kan niet eerder worden genomen dan drie jaar na toetreding tot deze regeling. Een uittredingsbesluit wordt van kracht twee kalenderjaren na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Tenzij het dagelijks bestuur in overleg met de uittredende gemeente een kortere termijn bepaalt. Het dagelijks bestuur draagt naar aanleiding van het uittredingsverzoek van een deelnemer zorg voor het opstellen en vaststellen van een concept uittredingsplan en een concept voorlopige uittreedsom. Het algemeen bestuur maakt het concept uittredingsplan en de concept voorlopige uittreedsom aan de deelnemende gemeente die wenst uit te treden kenbaar. Het algemeen bestuur stelt het definitieve uittredingsplan en de voorlopige en definitieve uittreedsom vast. De bestuursorganen van een deelnemer kunnen eerst een definitief besluit tot uittreding nemen, indien het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom bekend zijn. Het dagelijks bestuur zendt het besluit tot uittreding aan de raden en colleges van de overige deelnemende gemeenten. Van een besluit van uittreding van een deelnemer wordt door het dagelijks bestuur kennis gegeven aan gedeputeerde staten.

Rechtspraak bij dit artikel