Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK XV:

Artikel 38

Artikel 38

Onderdeel van Regeling Streekarchief Midden-Holland

1.. Het dagelijks bestuur stelt ten behoeve van het concept uittredingsplan en de bepaling van de concept voorlopige uittreedsom een projectgroep samen die onder leiding van een onafhankelijke (externe) deskundige het concept uittredingsplan en de concept voorlopige uittreedsom voorbereidt. 2.. De projectgroep inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het concept uittredingsplan en berekent een concept voorlopige uittreedsom. 3.. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 4.. Het dagelijks bestuur wijst een onafhankelijke (externe) deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht dan wijst het dagelijks bestuur deze aan op basis van een bindende opdracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden, onder voorzitterschap van de voorzitter van het streekarchief, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger namens de uittredende deelnemer. De kosten voor het inschakelen van een externe deskundige zijn voor rekening van de uittredende deelnemer. 5.. Het dagelijks bestuur geeft, na oplevering van het concept uittredingsplan door de projectgroep, de accountant van het streekarchief opdracht om het door de projectgroep voorbereide concept uittredingsplan en het voorstel voor een concept voorlopige uittreedsom te toetsen. De kosten voor het toetsen zijn voor rekening van de uittredende deelnemer. 6.. Het concept uittredingsplan met de concept voorlopige uittreedsom, wordt op voorstel van de projectgroep, vastgesteld en vrijgegeven voor het indienen van zienswijzen door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur zendt daartoe het concept uittredingsplan en de concept voorlopige uittreedsom aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur indienen. 7.. Alvorens het dagelijks bestuur het concept uittredingsplan vast stelt en vrij geeft voor zienswijzen, stelt het een aanwezige ondernemingsraad van het streekarchief of een vertegenwoordiging van het personeel in de gelegenheid om advies uit te brengen over de personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het concept uittredingsplan. 8.. Het dagelijks bestuur voegt de ingediende zienswijzen bij het concept uittredingsplan en het voorstel voor de concept voorlopige uittreedsom, en zendt dit geheel ter besluitvorming aan het algemeen bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel