De raad stelt via de planning- en control-producten de totale budgetruimte voor de verschillende subsidieregelingen vast. Het college stelt de subsidieplafonds per subsidieregeling vervolgens binnen deze budgetruimte vast.
Bij de bekendmaking van een subsidieplafond wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging van het subsidieplafond en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd door de raad, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.
Bij bekendmaking van het subsidieplafond wordt verwezen naar de diverse subsidieregelingen waarin de wijze van (budget)verdeling is opgenomen. In iedere subsidieregeling worden verdelingsregels opgenomen om het voor de regeling maximaal beschikbare bedrag te verdelen, op basis waarvan soortgelijke aanvragen dan wel voor gelijksoortige activiteiten met elkaar worden vergeleken en beoordeeld. Deze verdelingsregels bevatten in ieder geval de volgende criteria:
de mate waarin de aanvrager bij kan dragen aan de te realiseren doelstelling(en) van de subsidieregeling;
de mate waarin al aanbod aanwezig is dat voorziet in de realisatie van de doelstelling(en) van de subsidieregeling;
de mate waarin de aanvrager aantoonbaar beschikt over de benodigde kennis en expertise om de activiteiten uit te kunnen voeren;
de mate waarin de aanvrager beoogt samen te werken dan wel samenwerkt met andere partijen;
de mate van lokale binding;
de prijs-kwaliteitverhouding;
innovatie.
Het college kan in de subsidieregelingen afwijken van, of nadere bepalingen dan wel criteria opnemen ten aanzien van, de verdelingsregels zoals bedoeld in het vierde lid.
Hoofdstuk 1:
Artikel 6.
Subsidieplafond, verdelingsregels en voorbehoud
Onderdeel van ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING LEIDSCHENDAM-VOORBURG 2026