Het college maakt bij het verstrekken van subsidies onderscheid tussen incidentele en jaarlijkse subsidies:
Incidentele subsidies kunnen worden aangevraagd voor eenmalige activiteiten die niet expliciet zijn opgenomen in de verschillende subsidieregelingen en die zijn afgebakend in tijd. Incidentele subsidies kunnen voor een periode van maximaal 48 maanden, zijnde aaneengesloten kalenderjaren, worden verstrekt;
Een jaarlijkse subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die zijn opgenomen in de verschillende subsidieregelingen of die bijdragen aan de hierin omschreven doelstelling(en);
In het geval van een jaarlijkse subsidie maakt het college onderscheid tussen eenjarige en meerjarige subsidies. Eenjarige subsidies kunnen voor maximaal 12 maanden, zijnde één kalenderjaar, worden verstrekt. Meerjarige subsidies kunnen voor minimaal 12 maanden en maximaal 48 maanden, zijnde aaneengesloten kalenderjaren, worden verstrekt.
Ten aanzien van sub a en c kan het college bij subsidieregeling bepalen op welke manier een activiteit waarvan de uitvoering meer dan 24 maanden in beslag neemt, tussentijds kan worden bijgesteld om aan te blijven sluiten op de maatschappelijke behoefte waar de activiteit in voorziet.
Het college geeft bij het openstellen van de mogelijkheid tot het indienen van een aanvraag dan wel in de verschillende subsidieregelingen aan welk soort subsidie, te weten eenjarig of jaarlijks, het betreft.
Hoofdstuk 2:
Artikel 7.
Incidentele en jaarlijkse subsidies
Onderdeel van ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING LEIDSCHENDAM-VOORBURG 2026