Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Landelijke regelgeving voor reserves en voorzieningen

Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen gemeente Buren 2024

Een aanzienlijk deel van het reserve- en voorzieningenbeleid ligt vast in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Deze regels vormen het uitgangspunt voor de Nota reserves en voorzieningen. De gemeenteraad bepaalt hoe hij deze regels verder invult. In dit hoofdstuk lichten we de meest relevante bepalingen toe. Reserves zijn onderdeel van het eigen vermogen. Voorzieningen vallen onder het vreemd vermogen van de gemeente. Het verschil tussen een reserve en voorziening zit hem in het vrije respectievelijk het verplichte karakter. De gemeenteraad heeft een vrije keuze om een reserve in te stellen. De Raad kan de bestemming van een reserve altijd wijzigen en bepaalt zelf de omvang van de reserve. Bij voorzieningen heeft de Raad geen expliciete keuzemogelijkheid. Er is een verplichtend karakter. Het gaat om gebeurtenissen waarvan het zeker is dat die in de toekomst geld gaan kosten. Dit geld moet beschikbaar zijn in de voorziening. Reservemutaties zijn onderdeel van de resultaatbestemming. Dat betekent dat zij geen onderdeel zijn van de exploitatie. Toevoegingen aan voorzieningen zijn juist wel onderdeel van de exploitatie. De daadwerkelijke kosten worden rechtsreeks op de voorziening geboekt. In het kader van het begrotingsevenwicht zijn mutaties van onderhoudsvoorzieningen structureel. Mutaties in bestemmingsreserves hebben een incidenteel karakter. Samenvattend ziet dit er als volgt uit: Reserves Voorzieningen Eigen vermogen Vreemd vermogen Raad beslist Wetgever bepaalt Raad beslist over onderhoudsvoorzieningen Doel kan wijzigen Doel kan niet wijzigen Financiële onderbouwing niet verplicht Financiële onderbouwing verplicht Omvang is politieke keuze Omvang is gelijk aan onderliggende verplichting Incidenteel karakter [1] Structureel karakter Aanwending via resultaatbestemming Aanwending direct uit de voorziening Na opheffen zijn de resterende middelen onderdeel van de resultaatbestemming Na opheffen komen de resterende middelen op het betreffende taakveld in de exploitatie [1] Met uitzondering van onttrekkingen aan de reserve kapitaallasten. Deze hebben een structureel karakter. Zie hoofdstuk 3, onderdeel bestemmingsreserves.

Rechtspraak bij dit artikel