Samenvatting beslispunten in deze nota

Beslispunt 1

Vanaf begroting 2024 is het schema ‘Nieuwe last: incidentele of structurele dekking nodig? leidend bij de beantwoording van de vraag of de dekking voor een nieuwe last in de incidentele hoek gezocht mag worden, of toch vanuit de structurele begrotingsruimte gedekt moet worden.

Beslispunt 2

Om deze extra begrotingsdruk op het structureel saldo in begroting 2024 te voorkomen is in de Kaderstelling 2024 opgenomen om in 2024 € 19,2 miljoen bij te storten in de kapitaallasten-dekkingsreserve door onttrekking aan de Algemene reserve.

Beslispunt 3

De begroting 2023 telt nog 30 afzonderlijke bestemmingsreserves met het doel kapitaallasten te dekken. Onderdeel van de reparatieactie in dit onderdeel is het samenvoegen van deze 30 reserves tot één kapitaallastendekkingsreserve met als doel beter overzicht doordat we de aansluiting met de onderliggende boekwaarden makkelijker kunnen leggen.

Beslispunt 4

De structurele toevoegingen aan 10 kapitaallastendekkingsreserves voor bestaande activa van € 0,723 miljoen in 2024 oplopend tot € 1,134 miljoen in 2027 laten we in de Kaderstelling 2024 vrijvallen ten gunste van het structureel begrotingssaldo 2024-2027.

Beslispunt 5

De bestaande structurele onttrekkingen aan de kapitaallastendekkingsreserves voor de dekking van het rentelasten-deel van de kapitaallasten worden in de Kaderstelling 2024 geschrapt ten laste van het structureel begrotingssaldo 2024-2027. Dit geeft een extra druk op het structureel begrotingssaldo van € 3,566 miljoen in 2024 aflopend naar € 3,236 miljoen in 2027.

Beslispunt 6

De voorheen structurele toevoegingen aan de Algemene reserve van de jaarlijkse (met gemiddeld € 600.000 cumulatief afnemende) overschotten op de structurele begrotingsruimte van € 15,315 miljoen voor reconstructies in het openbaar gebied (\IRS-middelen’) in de Kaderstelling 2024 vrij te laten vallen ten gunste van het structurele begrotingssaldo 2024-2027 en deze middelen zodoende beschikbaar te stellen voor de dekking van autonome ontwikkelingen en nieuw beleid. Dit geeft een extra verruiming van het structureel begrotingssaldo van € 11,634 miljoen in 2024 aflopend naar € 9,330 miljoen in 2027.

Beslispunt 7

De totale jaarlijkse afschrijvingslasten van de achtereenvolgende jaarschijven van reconstructies in het openbaar gebied groeien ieder jaar met gemiddeld € 600.000. lederjaar moet in het proces van kaderstelling voor de nieuwe begroting dus rekening worden gehouden meteen taakstelling van gemiddeld € 600.000 op de dan beschikbare structurele begrotingsruimte in de laatste jaarschijf van het meerjarenperspectief om dekking te kunnen bieden voor deze jaarlijks aangroeiende afschrijvingslasten.

Beslispunt 8

Voor de dekking van de lasten van groot onderhoud vormen we een nieuwe Voorziening groot onderhoud OHV, waaraan we (op basis van een meerjaren onderhoudsplan) jaarlijks € 0,857 miljoen toevoegen. De dekking hiervan komt uit de beschikbare begrotingsruimte voor onderwijshuisvesting.

Beslispunt 9

In de begroting ramen we het verwachte saldo op de beschikbare onderwijsmiddelen op de nieuwe stelpost ‘Spaarfonds toekomstige investeringen OHV'. Hiermee voorkomen we dat deze middelen vrijvallen in het structurele begrotingssaldo. Bij de jaarafsluiting valt het saldo op deze stelpost vrij ten gunste van het rekeningresultaat. Met dit Beslispunt 9 stemt de raad in met het bij de resultaatbestemming toevoegen van het saldo op deze stelpost aan de nieuw te vormen Reserve Spaarfonds OHV.

Beslispunt 10

Het jaarlijkse verschil tussen de beschikbare structurele baten en lasten van de uitvoering van de maatschappelijke zorg Rijnstreek beklemmen we in de begroting op de nieuwe stelpost ‘Vooruit ontvangen middelen maatschappelijke zorg Rijnstreek’. Deze stelpost vormen we door in de Kaderstelling 2024 het structurele begrotingsresultaat te belasten met het verwachte (positieve) egalisatieresultaat op de uitvoering van de maatschappelijke zorg Rijnstreek. Bij de jaarafsluiting hevelen we de middelen op deze stelpost over naar de balans als Vooruit ontvangen middelen, om deze in het volgende begrotingsjaar opnieuw beschikbaar te stellen ten behoeve van de uitvoering van de maatschappelijke zorg Rijnstreek.

Samenvatting gevolgen Kaderstelling 2024

Het totale financiële effect van de in deze Nota beschreven beslispunten op de financiële Kaderstelling 2024 is hieronder weergegeven.

BSPNOTA INCIDENTEEL IN KADERSTELLING 2024INCB2024B2025B2026B2027B2028
GEBRUIK KAPITAALLASTENDEKKINGSRESERVES
2Herstellen toereikendheid kapitaallastendekkingsreserve-19.2100000
4Vrijval structurele toevoegingen reserves07237239521.134
5Schrappen dekking rentelasten uit kapitaallastendekkingsreserve0-3.566-3.462-3.364-3.236
SALDO-EFFECT KAPITAALLASTENDEKKINGSRESERVES-19.210-2843-2.739-2.412-2.102
GEBRUIK EGALISATIERESERVES
6Vrijval structurele dotatie IRS-middelen aan Algemene reserve011.63410.90410.1419.330
7Jaarlijks (cumulatieve) taakstelling afschrijvingslasten00000-600
9Opheffen egalisatiereserve onderwijshuisvesting00000
10Correctie egalisatie (regio)middelen maatschappelijk opvang0-1..153-1.203-1.257-1.257
TOTAAL LASTEN ONDERWIJSHUISVESTING010.4819.7018.8848.073
TOTAAL EFFECT NOTA INCIDENTEEL-19.2107.6386.9626.4725.971

Tabel: Effect Nota Incidentele baten en lasten 2024

Onderliggende regelgeving

De volgende wet- en regelgeving vormt de basis voor de in deze Nota opgenomen beslispunten:

  • - Gemeentewet, artikel 189;
  • - Notitie structurele en incidentele baten en lasten, Commissie BBV, 2018;
  • - Handreiking Verduidelijking Structurele en incidentele baten en lasten, Provinciale toezichthouders, 2021.