Een commissielid, niet zijnde een schaduw-raadslid, wordt een door het college nader te bepalen hogere vergoeding toegekend dan waarop hij overeenkomstig artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aanspraak maakt als:
het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken; of,
het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak of de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
HOOFDSTUK II
Artikel 2
Verhoging vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen in verband met bijzondere deskundigheid of zwaarte taak
Onderdeel van Verordening rechtspositie burgemeester, wethouders, raads- en commissieleden gemeente Veenendaal