Voor diensten gelden gedifferentieerde percentages van de tarieven. Die zijn afhankelijk van de derde aan wie de budgethouder het pgb wil besteden. Het kan gaan om:
ondersteuners die in dienst zijn van een professionele organisatie of die werkzaam zijn als Zzp’er;
personen uit het sociaal netwerk; en
personen die niet onder een van de hiervoor genoemde categorieën vallen. Denk bijvoorbeeld aan een student met een bijbaan.
Voor de twee laatstgenoemde groepen stelt de Verordening vast wat de minimale hoogte van het pgb moet zijn.
Begripsbepalingen
In de Verordening zijn begripsbepalingen opgenomen van een professionele organisatie en een Zzp’er. Dat is van belang omdat de hoogte van het pgb daar op wordt gebaseerd. In principe moet zijn voldaan aan de begripsbepaling om in aanmerking te komen voor het van toepassing zijnde percentage van het tarief.
Beroepshalve werkzaam
Een van de voorwaarden is de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Uit de inschrijving bij de KvK blijkt ook de rechtsvorm. Zzp’ers kunnen bijvoorbeeld een eenmanszaak of een besloten vennootschap zijn (directeur-eigenaar). Ook kunnen Zzp’ers samenwerken in een coöperatie. Een coöperatie kan als rechtspersoon personeel in dienst hebben, maar dat hoeft niet.
Mix-tarief (hbo-mbo)
Voor begeleiding individueel hanteert de gemeente twee tarieven. Het tarief is afhankelijk of er mbo- of hbo-deskundigheid is vereist (regulier of specialistisch). Wordt door een en dezelfde persoon zowel de begeleiding op mbo- als ook hbo-deskundigheid geboden, dan wordt een mix-tarief berekend. In zulke gevallen accepteert de Svb namelijk maar één overeenkomst met één tarief. De hoogte van het mix-tarief is afhankelijk van de omvang van de indicatie.
Hoofdstuk 13 › Paragraaf 13.14
Artikel 13.14.1
Diensten
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2025