De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen bedraagt niet meer dan het maximum van de kostprijs waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende noodzakelijke kosten in natura. Het kan gaan om een huur- of koopprijs die de gemeente verschuldigd is aan de aanbieder of een prijs die gebaseerd is op een offerte (art. 6.3.3 Verordening). Mogelijk zit het aangewezen hulpmiddel niet in het assortiment van de gecontracteerde partij en zijn door de gemeente geen afspraken gemaakt dat de aanbieder het aangewezen hulpmiddel aanschaft.
Offertes
In die gevallen zal de hoogte van het pgb worden vastgesteld op basis van de koopprijs die de gemeente verschuldigd is (of zou zijn) aan de aanbieder (al dan niet naar rato in verband met de economische afschrijftermijn). Bijkomende noodzakelijke kosten zoals instandhoudingskosten kunnen worden meegenomen. De gemeente kan zelf een offerte opvragen of de offerte wordt door de cliënt overhandigd. Het kan ook om meerdere offertes gaan zodat de gemeente de goedkoopst passende bijdrage kan vaststellen.
Hoogte instandhoudingskosten
Voor hulpmiddelen worden de reële instandhoudingskosten vastgesteld in het individuele toekenningsbesluit. De omvang van de budgetperiode kan daarbij een rol spelen. Voor 2025 geldt de nieuwe aanbesteding voor trapliften.
Hoofdstuk 13 › Paragraaf 13.14
Artikel 13.14.3
Hulpmiddelen
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2025