1.. De tijdig ingediende en volledige aanvragen worden in behandeling genomen.

2.. Verstrekking van subsidie vindt plaats in de volgorde van de namens het college aangebrachte rangschikking op basis van de behaalde scores bij een gezamenlijke weging van de in het derde lid genoemde criteria, totdat het subsidieplafond is bereikt.

3.. Complete aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de onderstaande criteria:

  • - Inhoudelijk-educatieve kwaliteit
  • - Artistieke-inhoudelijk kwaliteit
  • - Zakelijke kwaliteit

4.. De weging van de criteria is 40% voor sub a en 30% voor sub b en sub c. De totaalscore wordt bepaald door het cijfer te vermenigvuldigen met de weging, de som van de criteria geeft een maximale score van 10 punten.

5.. De criteria onder lid 3 zijn onderverdeeld in enkele subcriteria. Deze subcriteria worden middels toekenning van een cijfer op de schaal van 1-10 punten beoordeeld, waarbij geldt dat een 1 ‘zeer slecht’ en een 10 ‘uitmuntend’ is. De gemiddelde score per criterium wordt bepaald door de middeling van de toegekende punten van de desbetreffende subcriteria.

6.. Het criterium ‘educatief-inhoudelijke kwaliteit’ is onderverdeeld in de volgende subcriteria:

  • - De aansluiting van het aanbod bij het onderwijs komt inhoudelijk tot uiting voor het primair en voortgezet onderwijs op de volgende wijzen;
    • - In de aanvraag wordt onderbouwd hoe het cultuureducatief product voldoet aan minimaal 1 van de 3 kerndoelen ‘kunstzinnige vorming’ van het primair onderwijs;
    • - In de aanvraag wordt onderbouwd hoe het cultuureducatief product voldoet aan minimaal 2 van de 5 de kerndoelen ‘kunst en cultuur’ als het product bestemd is voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs en/of de aan cultuur verbonden eindtermen als het product bestemd is voor de bovenbouw.
  • - Uit de aanvraag blijkt de behoefte van scholen voor het cultuureducatieve product en de meerwaarde van het cultuureducatieve product voor het curriculum van scholen.
  • - Uit de aanvraag blijkt dat het cultuureducatieve product aansluit bij de belevingswereld en leefwereld van de beoogde doelgroep.
  • - Uit de aanvraag blijkt de mate waarin het artistiek-creatief vermogen van de leerling centraal gesteld wordt en de mate waarin er een beroep wordt gedaan op de onderzoekende en ambachtelijke vaardigheden van leerlingen/studenten.

7.. Het criterium ‘artistieke-inhoudelijk kwaliteit’ is onderverdeeld in de volgende subcriteria:

  • - Vakmanschap: uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager van de activiteit beschikt over de vaardigheid en het inzicht om hoogwaardige kwaliteit te leveren.
  • - Zeggingskracht: uit de aanvraag blijkt wat de aanvrager teweeg wil brengen bij de beoogde doelgroep, welke impact het heeft op deze doelgroep en hoe dat wordt aangepakt.
  • - Oorspronkelijkheid: uit de aanvraag blijkt een heldere visie van de aanvrager en in hoeverre het cultuureducatieve product zich onderscheidt van het bestaande aanbod.

8.. Het criterium ‘zakelijke kwaliteit’ is onderverdeeld in de volgende subcriteria, welke terugkomen in het activiteitenplan en de begroting:

  • - Uit de aanvraag blijkt dat de kosten en inkomsten realistisch, onderbouwd en uitgelegd zijn;
  • - Uit de aanvraag blijkt dat het gevraagde subsidiebedrag in verhouding staat tot de te verwachten schaal van het product;
  • - Uit de aanvraag blijkt dat het gevraagde subsidiebedrag in verhouding staat tot het beoogde bereik;
  • - Uit de aanvraag blijkt dat er een realistisch tijdpad is opgenomen;

9.. Als twee of meer aanvragen een gelijk aantal punten behaalt in een toepassingsgebied en hun plaats in de rangschikking zodanig is dat de som van de toe te kennen maximale subsidiebedragen het subsidieplafond overstijgt, dan vindt rangschikking van deze aanvragen plaats op de volgende wijze:

  • - aan de hand van het behaalde aantal punten op het criterium als bedoeld in artikel 10, derde lid onder a;
  • - indien het aantal behaalde punten op dat criterium gelijk is, vindt rangschikking plaats aan de hand van het behaalde aantal punten op het criterium als bedoeld in artikel 10, derde lid onder c;
  • - indien het aantal behaalde punten op dat criterium gelijk is, vindt rangschikking plaats aan de hand van het behaalde aantal punten op het criterium als bedoeld in artikel 10, derde lid onder b;
  • - indien het behaalde aantal punten op dat criterium gelijk is, vindt er een loting plaats om de rangorde te bepalen.