1.. In aanvulling op artikel 10, eerste lid, van de Asv komen in ieder geval de volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

  • - kosten van materialen en apparatuur die nodig zijn voor de (door)ontwikkeling van het cultuur-educatieve product met een maximum bedrag van € 1.500,-;
  • - kosten voor inhuur van derden of gewerkte uren met een maximum uurtarief van € 75,- per uur voor ontwikkeling van het product en een maximum uurtarief van € 55,- per uur voor uitvoer van de pilot.

2.. In aanvulling op artikel 10, tweede lid, van de Asv verstrekt het college in ieder geval geen subsidie voor:

  • - kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen;
  • - kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager;
  • - kosten gemaakt na beëindiging van activiteiten met uitzondering van accountantskosten;
  • - kosten van in natura geleverde diensten en goederen;
  • - kosten van gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht;
  • - Niet-productgebonden investeringen en niet-productgebonden materiaalkosten;